1. Home
  2.   MIRT 2010
  3.   Ontwikkelingen MIRT
  4.   MIRT als investeringsprogramma
  5. 1.4 MIRT als investeringsprogramma

1.4 MIRT als investeringsprogramma

Het kabinet kiest ervoor in het MIRT investeringsprojecten en -programma’s op te nemen, waar sprake is van een ruimtelijk fysieke ingreep en waar het rijk direct financieel bij betrokken is. Het MIRT kan hierom worden beschouwd als het huidige investeringsprogramma van het rijk in het ruimtelijk fysieke domein. Als antwoord op de huidige kredietcrisis heeft het kabinet het Aanvullend Beleidsakkoord ‘Werken aan de toekomst’ opgesteld. De hierin opgenomen maatregelen hebben hun effect op het ruimtelijk investeringsprogramma. 

Hierover is in hoofdstuk 5 meer informatie opgenomen. Daarnaast brengen de gebiedsagenda’s mogelijke investeringen voor de langere termijn in beeld. Ook deze kunnen hun effect hebben op het ruimtelijk investeringsprogramma. De voorwaarde dat het rijk financieel betrokken is bij projecten/programma’s in het MIRT, betekent tegelijk dat deze projecten/programma’s opgenomen zijn in de rijksbegroting. Voor het MIRT gaat het dan om de begrotingen van VROM (XI), VenW (XII en Infrastructuurfonds), EZ (XIII), LNV (XIV) en WWI (XVIII). Het MIRT geeft een verdieping van onderdelen van deze begrotingen door nadere beleids-, project- en programma-informatie te presenteren. Specifiek voor infrastructuur is in de Wet en het Besluit Infrastructuurfonds bepaald dat het MIT het uitvoeringsprogramma van het Infrastructuurfonds (onderdeel van de begroting van VenW) vormt. Het MIRT heeft deze functie overgenomen. 

Naast de projecten en programma’s waar het rijk direct bij betrokken is, zijn er binnen het ruimtelijk fysieke domein ook investeringen en financiële stromen waar het rijk niet direct bij betrokken is. Gedacht kan worden aan de specifieke gebundelde (doel)uitkeringen die het rijk aan decentrale overheden verstrekt en waaraan geen directe, locatiespecifieke prestatieafspraken zijn gekoppeld. De verantwoordelijkheid voor de programmering van deze middelen en uitvoering van de projecten ligt bij de decentrale overheden. Gezien de verdeling van de verantwoordelijkheden zijn deze specifieke projecten niet in het MIRT opgenomen. Wel wordt – vanwege de impact van deze projecten op het ruimtelijk fysieke domein – in hoofdstuk 5 een kwalitatief overzicht gegeven van deze financiële stromen.

Zeedijk
MIRT Projectenboek 2010

Hoofdmenu

Servicemenu