1. Home
  2.   MIRT 2010
  3.   Gebieden
  4.   Landsdeel Zuid
  5. 3.3 Landsdeel Zuid

3.3 Landsdeel Zuid

3.3.1 Karakteristieken

Landsdeel Zuid bestaat uit de provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. In de nationale ruimtelijke hoofdstructuur vormt Zeeland samen met aangrenzende delen van Zuid- Holland en Noord-Brabant de Zuidwestelijke Delta. Natuur, landschap en cultuurhistorie op de grens van land, rivier en zee zijn waardevolle eigenschappen van dit gebied en dragen bij aan een belangrijke toeristische functie. Aan de randen van de Delta liggen de havens van Rotterdam en Antwerpen. Beide behoren tot de grootste havens van Europa. De havenen industriegebieden Vlissingen-Oost en de Zeeuws-Vlaamse Kanaalzone zijn groeiende zwaartepunten van de Zeeuwse economie.

Noord-Brabant is in gemiddelde mate verstedelijkt. De bevolkingsdichtheid is vrijwel gelijk aan het landelijk gemiddelde. Het in Noord- Brabant gelegen nationaal stedelijk netwerk BrabantStad, bestaande uit de steden Eindhoven, Tilburg, Breda, ’s-Hertogenbosch en Helmond, is naar afmeting, inwoneraantal en economische prestaties het tweede stedelijke netwerk van Nederland. Goede afspraken over zowel de kwantitatieve als kwalitatieve verstedelijkingsopgave zijn dus van belang. De strategisch gunstige ligging van Brabant tussen de metropolen Randstad, Ruhrgebied en Vlaamse Ruit is een belangrijke ruimtelijk-economische factor. De economische verwevenheid van deze gebieden in Noordwest-Europa blijft ook de komende decennia groot. Dit leidt tot veel grensoverschrijdende verplaatsingen zowel in het personen- als in het goederenvervoer. De belangrijkste economische pijlers van West-Brabant zijn logistiek, procesindustrie en maintenance. De regio Moerdijk-Roosendaal- Breda neemt op het gebied van logistiek een belangrijke plaats in. De Zuidoostvleugel van BrabantStad, met daarin de Brainport Eindhoven, is een belangrijke motor van de Nederlandse economie. Het is één van de meest toonaangevende kennis- en innovatieregio’s van Nederland en een belangrijke kennisregio in Europa. Midden-Brabant, met Tilburg als centrum, fungeert als schakel tussen de Brainport in het oosten en de logistieke hotspots in het westen. Eén van de grootste kwaliteiten van Brabant is de verwevenheid van rood en groen. Onder meer het nationaal landschap Het Groene Woud, de nationale parken Loonse en Drunense Duinen, de Biesbosch en de Groote Peel liggen op Brabants grondgebied. Het bereikbaar en toegankelijk maken en houden van dat groen in de nabijheid van de steden is een aandachtspunt bij de verdere verstedelijking van Brabant.

In Limburg, tegen de grens met Duitsland, vormt het gebied rond Venlo een belangrijk logistiek knooppunt op de verbinding tussen Rotterdam en het Duitse Rijn/Ruhrgebied. Daarnaast neemt Venlo een belangrijke positie in op het gebied van agribusiness met de Greenport Klavertje Vier.

Het nationaal stedelijk netwerk Zuid-Limburg heeft een bijzondere positie waar het gaat om de relatie met de buurlanden België en Duitsland. Er is geen ander nationaal stedelijk netwerk dat zozeer met ‘niet-Nederlandse’ ontwikkelingen en beleid te maken heeft als Zuid- Limburg. Het stedelijk netwerk heeft slechts vijf kilometer grens met de rest van Nederland en de overige grenzen zijn grenzen met het buitenland. De grensligging tegen Aken plaatst deze regio nadrukkelijk op twee assen van de grensoverschrijdende Technologische Topregio Eindhoven - Leuven - Aachen (ELAT). Sterke economische pijlers zijn chemische technologie, life sciences, health care and cure, automotive, medische instrumenten, logistiek en dienstverlening. Dit alles tegen het decor van het nationaal landschap Heuvelland. De luchthaven Maastricht - Aachen Airport, de luchthaven van Luik (Bierset) en de HST-verbinding Keulen - Brussel zijn belangrijk voor de internationale positionering van de regio. Het stedelijke netwerk heeft te maken met een sterk krimpende bevolking. Dit heeft nu al gevolgen voor het draagvlak van voorzieningen, de mogelijkheden voor herstructurering van de woningbouw en de manier waarop met financiering van projecten dient te worden omgegaan.

3.3.2 Zuidwestelijke Delta

Veranderingen in het klimaat zullen naar verwachting leiden tot een hogere zeespiegel en mogelijk grotere stormen. Daarnaast zal de Zuidwestelijke Delta verder onder druk komen te staan door toenemende verzilting en hogere rivierafvoeren in de wintermaanden. Naast de veiligheid staat ook de kwaliteit van de Deltawateren onder druk. Door het verdwijnen van eb en vloed zijn sommige natuurwaarden sterk afgenomen. Het programma Zuidwestelijke Delta is gericht op het verwezenlijken van drie onlosmakelijk met elkaar verbonden doelen: klimaatbestendig veilig, ecologisch veerkrachtig en economisch vitaal. Een belangrijk project is Waterdunen. Dit betreft een kustversterking in West-Zeeuws- Vlaanderen (onderdeel Zwakke Schakels), die gecombineerd wordt met de ontwikkeling van enkele honderden hectaren unieke zoutwaternatuur via gereguleerd getij. Hierdoor ontstaat een hoogwaardig ecologisch milieu met daarbij unieke mogelijkheden voor recreatie met een grote toeristische aantrekkingskracht. Ook elders in Zeeuws-Vlaanderen en op Walcheren staan kustversterkingsprojecten hoog op de agenda.

Behalve als groen en ecologisch rustpunt heeft de Delta ook een functie als poort voor de verschillende economische kerngebieden in het achterland. Een goede ontsluiting is belangrijk. Zeeland kiest ervoor om het verkeer over de weg van en naar de provincie zoveel mogelijk af te wikkelen via de A58 en de N62. De N57 (de ‘dammenroute’) en de N256/N59 (Midden- Zeelandroute) zijn wel bedoeld voor toeristisch verkeer, maar gebruik van deze wegen voor doorgaand verkeer wordt ontmoedigd. Door deze keuze kan Zeeland de industrie en havengerelateerde economie concentreren op Walcheren, rond de Westerschelde en langs het kanaal Gent - Terneuzen, de kanaalzone. In de kustzone worden natuur, landschap en toerisme versterkt. Voor het transport over water is de Westerschelde van groot belang. Verruiming verbetert de bereikbaarheid van de Zeeuwse havens en de Antwerpse haven. Langs de Westerschelde ligt ook het economisch kerngebied Sloehaven - Kanaalzone. Om de economische potenties van de kanaalzone verder te benutten, wordt geïnvesteerd in een betere ontsluiting van de N61 Hoek - Schoondijke, de N62 Kanaalkruising Sluiskil, de N62 Tractaatweg (Zeeuws-Vlaanderen), de N62 Sloeweg (Zuid-Beveland) en verbetering van de Sloelijn. Binnen de kerngebieden wordt verder gewerkt aan kwaliteitsverbetering, zoals de hoogwaardige invulling van het Sloegebied Vlissingen-Oost.

De ontwikkeling van de tuinbouw in Zeeland wordt zoveel mogelijk geconcentreerd in het LOG Terneuzen. Hiermee wordt verspreide vestiging van glastuinbouw ondervangen. Nieuwe uitdagingen in deze regio zijn de ontgroening en vergrijzing in delen van de provincie. Met de verstedelijkingsopgave wordt daarop ingespeeld door herstructurering en bundeling in binnenstedelijke transformatieprojecten, de herstructurering van bedrijventerreinen, het intensiveren van het grondgebruik rond OV-knooppunten en het afronden van de steden met een kwalitatieve overgang van de stadsranden naar het buitengebied (deels Nationaal Landschap). Vanwege de complexiteit, lange doorlooptijden en daarmee gepaard gaande financiële risico’s, vragen de volgordelijkheid van projecten binnen het stedennetwerk en de aanpak binnen de contramal van het stedennetwerk nadere aandacht.

Meer informatie

3.3.3 West-Brabant

West-Brabant ligt strategisch tussen de mainports van Rotterdam en Antwerpen. Dit heeft zowel positieve gevolgen (groei bevolking, werkgelegenheid, bereikbaarheid) als negatieve (congestie, hoge ruimtedruk, verstoring landschap). Om de gevolgen voor de regio voor de langere termijn (2040) in kaart te brengen en in goede banen te leiden, werkt het rijk aan de verkenning Antwerpen - Rotterdam. In het bestuurlijk overleg MIRT van najaar 2008 is de scope bepaald, waarna tot 2010 samen met de regio (inclusief Zeeland, Zuid-Holland en samenwerking West-Brabant) verder invulling wordt gegeven aan de verkenning. Daarnaast wordt samen met Zeeland en Zuid-Holland gewerkt aan de uitwerking van de Zuid-Westelijke Delta, mede in relatie tot het Nationaal Deltaprogramma.

West-Brabant wordt (naast Venlo) gezien als dé logistieke hotspot van Nederland. Zowel in Roosendaal als in Moerdijk (Logistiek Park Moerdijk, als onderdeel van een integrale gebiedsontwikkeling) wordt ruimte voor grootschalige logistiek ontwikkeld. Naast logistiek zijn ook procesindustrie (chemie, agribusiness) en maintenance belangrijke clusters. De provincie werkt aan plannen voor het Agro-food cluster Dinteloord. Het ministerie van EZ werkt samen met het bedrijfsleven (procesindustrie, energiebedrijven enzovoort), de vliegbasis Woensdrecht, kennisinstellingen en de provincies Noord-Brabant en Zeeland aan de ontwikkeling van een centrum op het gebied van ‘World Class Maintenance’. De herstructurering van drie bedrijventerreinen in West-Brabant (Majoppeveld in Roosendaal, De Krogten/Emer/Hintelaken in Breda en Vosdonk in Etten-Leur) wordt ondersteund vanuit de Topperregeling. In het Land van Heusden en Altena wordt gewerkt aan het regionaal afstemmen van bedrijventerreinen. Voor EZ en VROM is dit een pilot. In 2009 is overeenstemming bereikt over de realisatie van de A4 rond Steenbergen en de aanleg van een aquaduct. Dit jaar is tevens besloten dat het Topinstituut voor Logistiek in Breda gevestigd wordt. Dit is van groot belang voor de versterking van de logistieke functie. In Roosendaal zijn de ministeries van VROM en VenW samen met NS, ProRail en de regio bezig om de ruimtelijke ontwikkeling van de spoorzone op gang te brengen. Hier speelt vooral de externe veiligheid een grote rol.

Meer informatie

3.3.4 Midden-Brabant en Zuidoostvleugel

Midden-Brabant

Voor de steden ’s-Hertogenbosch en Tilburg, die liggen aan de rand van het Nationaal Landschap Het Groene Woud, is de overgang van stad naar land en een robuuste groene structuur om de steden van groot belang, ook vanuit toeristisch-recreatief oogpunt.

De belangrijkste gebiedsontwikkelingen in Tilburg zijn de Spoorzone en de Piushaven. Met de Spoorzone gaat Tilburg het centraal station en de stationsomgeving opwaarderen tot een hoogwaardig knooppunt van openbaar vervoer. Daarbij is de fysieke barrière die de spoorlijn vormt een uitdaging om de noorden zuidkant van de stad met elkaar te verbinden. De Piushaven is een omvangrijk gebied, grenzend aan het centrum van Tilburg, met als kloppend hart de haven. Onder het motto ‘Piushaven, levend podium van Tilburg’ wordt het gebied ontwikkeld van een voormalige industriële haven, tot een levendig centrumstedelijk woon- en werkmilieu aan het water.

In ’s-Hertogenbosch is de Spoorzone eveneens in ontwikkeling. Na aanpak van het Paleiskwartier wordt nu ingezet op het gebied Kop van ’t Zand en het realiseren van een nieuwe langzaam verkeer verbinding over het spoor ten zuiden van het station, de Ponte Palazzo. Ten noorden van het station wordt in het kader van de Tweede Fase van het Herstelplan Spoor (Punctualiteit-/capaciteitsknelpunten) ook gewerkt aan maatregelen om de doorstroming van de treinen te verbeteren en de capaciteit op het spoor te vergroten. Naast de ombouw van de A2 ten oosten van de stad (waar momenteel aan gewerkt wordt) is ook de omlegging van de Zuid-Willemsvaart om ’s-Hertogenbosch heen een groot project. Onder de noemer Avenue A2 wordt in de toekomst gewerkt aan een zakelijk en stedelijk centrum dat komt te liggen aan de oostzijde van ’s-Hertogenbosch tussen de A2 en de om te leggen Zuid-Willemsvaart. Avenue A2 positioneert zich evenals de Brainport Avenue/A2 zone (zie hieronder) op de nationaal belangrijke kennisas A2.

Zuidoostvleugel BrabantStad

In de Nota Ruimte en Pieken in de Delta wordt de Brainport Eindhoven/Zuidoost Brabant beschouwd als de spil van de Toptechnologieregio Zuidoost Nederland, een ruimer gebied dan de Zuidoostvleugel BrabantStad. Daarmee wordt bewust de economische samenhang met bijvoorbeeld de greenport Venlo en de technologiedriehoek Eindhoven - Leuven - Aken in beeld gebracht. Deze technologiedriehoek kent een hoge concentratie van kennisintensieve bedrijven en kennis- en researchinstellingen en heeft een schaal waarop succesvol geconcurreerd kan worden met andere kennis- en innovatieregio’s in Europa. Het kabinet heeft in het regeerakkoord aangegeven de Toptechnologieregio Zuidoost Nederland te willen versterken.

Een benchmark leert dat als het gebied zich wil meten met andere Europese kennis- en innovatieregio’s, de uitgangspunten goed zijn, maar dat de quality of life en bereikbaarheid belangrijke aandachtpunten zijn. Rijk en regio hebben daartoe in de verkenning Zuidoostvleugel BrabantStad een integraal programma ontwikkeld. Het gaat om: 

  • Het bereikbaar maken en onderling verbinden van de vier economische clusters aan de west- en oostzijde van het gebied, onder andere door het voltooien van de ruit om Eindhoven. Hiervoor is door de provincie een planstudie naar de T-structuur gestart. 
  • Het ontwikkelen van een centraal, kwalitatief hoogwaardig groengebied (Rijksbufferzone) tussen Eindhoven en Helmond en een aantal maatregelen om dat mogelijk te maken. 
  • De mogelijkheden voor het verlagen van de verstedelijkingsdruk op het middengebied in relatie tot woningbouw, bedrijventerreinen en het afwaarderen van de A270.  

Onderdeel van de verkenning is de Brainport Avenue/A2-zone aan de westzijde van Eindhoven. De Brainport Avenue/A2-zone moet zich ontwikkelen tot de etalage van de Brainport. In het kader van het Nota Ruimtebudget is een integrale verkenning (economie, openbare ruimte, groen, infrastructuur) vastgesteld én wordt nu gewerkt aan de businesscase.

Daarnaast vindt herstructurering plaats van grote bedrijventerreinen zoals Ekkersrijt, de Hurk en de Kade.

De regio heeft een uitgesproken groene structuur met bosgebieden met heide en vennen enerzijds en beekdalen anderzijds. De bossen en beekdalen maken deel uit van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Door elementen van de EHS met elkaar te verbinden kan een groene mal om Eindhoven en Helmond ontstaan. In de regionale groenstructuur speelt het zogeheten Middengebied tussen beide steden een belangrijke rol. Daarom is in het kader van de MIRT-pilot Zuidoostvleugel BrabantStad afgesproken dat hiervoor het instrument van de Rijksbufferzone wordt ingezet. De ontwikkeling van het Middengebied tot een centraal groengebied met verbindingen naar de groene mal om beide steden, is een belangrijke ruimtelijke opgave. Het rijk investeert samen met de regionale overheden en het bedrijfsleven in de bereikbaarheid van Zuidoost-Brabant over water. Er wordt gewerkt aan het opwaarderen van de Zuid-Willemsvaart en vervanging sluizen 4, 5 en 6. Het doel is om Eindhoven, Helmond en Veghel bereikbaar te maken voor grotere binnenvaartschepen. Dit betekent een robuustere en betrouwbare verbinding met zeehavens als Rotterdam en Antwerpen en tegelijkertijd een impuls voor de ruimtelijke kwaliteit.

Meer informatie

3.3.5 Noord en Midden-Limburg

Noord en Midden Limburg liggen centraal tussen het stedelijk netwerk BrabantStad en het Duitse achterland. Deze centrale ligging is van groot belang voor de economische activiteiten in dit gebied. Noord-Limburg behoort met de buurregio Niederrhein tot de grootste tuinbouwgebieden van Europa en is binnen Nederland in omvang het tweede. Een regionaal netwerk van bedrijven, onderwijsen onderzoeksinstellingen en organisaties op het gebied van agrotoerisme, logistiek, maakindustrie en toerisme heeft gezamenlijk de ambitie uitgesproken om deze positie te behouden en te versterken rond het thema Greenport Venlo. Duurzaamheid vormt daarbij een leidend thema.

Voor het handhaven en versterken van de positie van de A67-zone is een blijvende bereikbaarheid via de weg essentieel. Op dit moment wordt gewerkt aan de verkenning A67, de aanleg van de GreenPortLane en er wordt gestreefd naar een gerealiseerde A74 Venlo voor de Floriade in 2012. Er wordt een extra railterminal in Tradepoort Noord aangelegd (spoor) en de Barge-terminal wordt gerealiseerd (water). Om voldoende migratie van buiten de regio aan te trekken en bedrijven en inwoners te binden, zet de regio in op het verder ontwikkelen van het stedelijk centrum van Venlo tot een hoogwaardig stedelijk woon-, werk- en cultuurmilieu. Deze ontwikkelingen vinden met name plaats in de Spoorzone en op de Maasoever in Venlo.

In de regio liggen ook een aantal belangrijke opgaven op het gebied van water (veiligheid en milieu), natuur en landschap. De ambitie is deze opgaven te combineren met woningbouw, bedrijfsterreinen en infrastructuur. In Venlo doorsnijden belangrijke weg- en spoorverbindingen aan de oostzijde van de stad omvangrijke natuurgebieden. Door binnen het ILG op lange termijn de Robuuste Verbinding Schinveld - Mook te ontwikkelen ontstaat een hoogwaardig woon- en recreatiemilieu voor de Greenport Venlo. De klimaatverandering zal een verdergaande opgave met zich meebrengen voor het Limburgse beken- en rivierenstelsel. Midden-Limburg kent een aantal belangrijke opgaven in het benutten van kansen op het gebied van toerisme (waaronder Maasplassen), wonen en natuur en landschap en het regionale wegennet, met name de N280. Voor woningbouw ligt er voorlopig tot 2020 een opgave van 12.750 woningen.

Meer informatie

3.3.6 Stedelijk netwerk Zuid-Limburg

Het grensoverschrijdende stedelijk gebied waar Maastricht, Sittard-Geleen, Parkstad, Aken, Hasselt en Luik deel van uitmaken, heeft een doorsnede van 40 km en een bevolkingsomvang van ongeveer 1,7 miljoen mensen. Op de schaal van de Euregio is sprake van een bevolkingsomvang van 3,9 miljoen mensen. De regio ligt op twee assen van de Technologische Topregio Eindhoven - Leuven - Aachen (ELAT) en heeft een aantrekkelijk natuurgebied als achterland. Kwalitatieve versterking van de stad-land relaties verdient hier aandacht. Verder is sprake van een krimpende bevolking. In het licht van de verstedelijkingsopgave zullen alle partijen verkennen welke aanpassingen in het instrumentarium nodig zijn.

Gegeven de ligging biedt grensoverschrijdende samenwerking aan deze regio nog onbenutte kansen. Benutting van deze kansen vergt wel extra inspanning om oplossingen te vinden voor de verschillen aan weerszijde van de grens. Kansen liggen er op het gebied van ruimtelijk economische ontwikkeling, zoals samenwerking tussen universiteiten, opleidingsinstellingen en bedrijven. Het grensoverschrijdende bedrijventerrein Avantis is hier een goed voorbeeld van. Om dergelijke grensoverschrijdende samenwerking succesvol te laten zijn, is de bereikbaarheid, zowel binnen het Nederlandse deel van het gebied, als grensoverschrijdend, van groot belang.

In Maastricht werken rijk en regio aan de gebiedsontwikkelingen Maastricht - Noord (Maastricht Belvedère, Maaskruisend verkeer Maastricht, Lightrail Maastricht-Hasselt) en A2 Passage Maastricht. Maastricht is na Amsterdam de stad met de hoogste bezoekersaantallen; de stad werkt aan een programma om de toeristen langer aan de stad te binden. In Sittard-Geleen en Heerlen lopen de regionale stedelijke gebiedsontwikkelingen Emplacement Sittard en Heerlen Maankwartier.

Een speerpunt – mede vanwege het economisch motief toerisme – is het behoud en zo mogelijk versterking van het nationale landschap Heuvelland. Rond Maastricht werken rijk en regio in het kader van Mooi Nederland aan versterking van de Landgoederenzone. Rond Heerlen wordt in Parkstadverband samen met de provincie gewerkt aan de ontwikkeling van de toeristische sector. Dit gebeurt onder andere door de aanleg van de Buitenring Parkstad. Deze buitenring is van belang voor de totale bereikbaarheid van grote delen van Parkstad, en daarmee voor de economie (toerisme en bedrijventerreinen) en de leefbaarheid (ontlasting lokale wegen). Tegelijkertijd wordt naar de gebiedsontwikkeling langs de ring gekeken.

Een belangrijk economisch speerpunt is Chemelot, het complex van chemische industrie, kennisontwikkeling en opleidingen dat is ontstaan op het voormalige DSM-complex in de gemeente Sittard-Geleen. Ter verbetering van de bereikbaarheid worden op korte termijn spitsstroken gerealiseerd op de A2 Maasbracht - Geleen; een structurele verbreding is mogelijk na 2016. De provincie is een studie gestart naar de zuidaansluiting van het spoor van Chemelot. De Maas is de TEN-corridor die Zuidoost-Nederland en Oost-België ontsluit via het water. Momenteel lopen er diverse projecten die de dimensies van de Maas vanaf Weurt (Gelderland) tot aan de Belgische grens vergroten (Maasroute modernisering fase 2, inclusief verbreding Julianakanaal, en bouw vierde sluiskolk Ternaaien). Het doel is om het sterk groeiende containervervoer over water te faciliteren en om het bulktransport efficiënter te laten verlopen. Om maximaal van deze investering te kunnen profiteren is de provincie Limburg in samenwerking met gemeenten en het bedrijfsleven bezig om het netwerk van binnenhavens aan de Maas te versterken.

Meer informatie

Overzichtkaart
MIRT Projectenboek 2010

Hoofdmenu

Servicemenu