1. Home
  2.   MIRT 2010
  3.   Gebieden
  4.   Landsdeel West
  5. 3.2 Landsdeel West

3.2 Landsdeel West

3.2.1 Karakteristieken, ontwikkelingen en ambities

Het landsdeel West bestaat uit de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland. Dit landsdeel heeft een belangrijke economische betekenis. Er wonen ongeveer 7,5 miljoen mensen, waarvan het grootste deel (6 miljoen) in de Randstad. De Randstad is het grootste stedelijke netwerk van ons land. Dit netwerk valt samen met belangrijke onderdelen van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur. De Randstad kent geen harde grenzen, maar omvat globaal het gebied van Purmerend tot Dordrecht en van Den Haag tot Amersfoort. Functioneel is de Randstad te onderscheiden in de stedelijke regio’s Metropoolregio Amsterdam, NV Utrecht en de Zuidvleugel (Den Haag/Rotterdam) en het Groene Hart.

In de Randstad wordt de helft van het nationale inkomen verdiend op een kwart van het grondgebied van Nederland. Belangrijke speerpunten in de economie van de Randstad zijn logistiek, zakelijke dienstverlening en toerisme. De mainport Schiphol op een steenworp afstand van een concentratie van internationale hoofdkantoren in Amsterdam en de mainport Rotterdam vormen de motoren van de Nederlandse economie. De aanwezigheid van een internationaal juridisch cluster (Den Haag), de draaischijf Utrecht, de vele kennisinstituten en enkele Greenports versterken de economische betekenis van de Randstad en bevorderen de economische samenhang.

De Randstad ligt vrijwel geheel onder zeeniveau. Alleen duinen, strandwallen, stuwwal en stroomruggen liggen boven zeeniveau. De ligging in de delta geeft unieke overgangen tussen water en land. Kenmerkende elementen daarin zijn de kust, het IJsselmeergebied, de Utrechtse Heuvelrug en de veenweidelandschappen in het Groene Hart. Belangrijke cultuurhistorische elementen zijn de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam. De Groen-blauwe Ruggengraat loopt als ecologische verbinding van het IJsselmeer naar de Zeeuwse Delta door de gehele Randstad.

In landsdeel West doen zich verschillende ontwikkelingen voor, die zich met name in de Randstad manifesteren. De internationale concurrentiepositie staat onder druk door onder andere een verslechterende bereikbaarheid. De OESO geeft aan dat er onvoldoende wordt geprofiteerd van de kwaliteiten die de Randstad in potentie heeft. Het is belangrijk voor Nederland dat de Randstad een duurzaam en internationaal sterk gebied wordt. Een sterke concurrentiepositie schept goede mogelijkheden voor welvaart, kwaliteit van leven en een duurzame en leefbare stedelijke regio. De markt, waarin de internationale concurrentie plaats vindt richt zich, naast de logistiek en zakelijke dienstverlening, vooral op de kenniseconomie in de brede zin van het woord. De aantrekkelijkheid van de economie voor internationaal opererende bedrijven hangt onder andere af van de mate waarin ze toegang hebben tot internationale (transport)netwerken en van de mate waarin deze bedrijven profiteren van agglomeratievoordelen. Ruimtelijke condities als werkmilieus, recreatieve voorzieningen, woonmilieus, kwaliteit van het landschap en het mobiliteitsnetwerk worden daarbij als onderscheidende vestigingscondities steeds belangrijker. Het samensmeden van het stelsel van onderscheiden steden, centra, woonen werkmilieus en landschappen tot een volwaardige Europese metropool vormt daarom de rode draad voor de verdere ontwikkeling van dit gebied. Daarnaast stijgt de zeespiegel als gevolg van klimaatverandering. Daarmee ligt er ook een belangrijke opgave voor de kustverdediging van de Randstad.

Met de Structuurvisie Randstad 2040 heeft het kabinet de hoofdlijnen voor het ruimtelijk beleid voor de lange termijn vastgesteld. De belangrijkste ambities zijn: 

  • het versterken van kust en dijken conform het advies van de Deltacommissie,
  • transformatie van het Groene Hart naar ‘Groenblauwe Delta’, 
  • ruimte voor recreatie, natuur, openheid en groene woonmilieus, 
  • het versterken van de internationale economische positie, 
  • minimaal 500.000 nieuwe woningen (vooral compact bouwen binnen de steden),
  • robuuste hoofdverbindingen, 
  • versterking Schiphol en samenwerking havens, 
  • opschalen stedelijke regio’s op vleugelniveau door verbeteren regionale bereikbaarheid en 
  • ontwikkeling van groen-blauwe topkwaliteit nabij de stad.       

Het oplossen van de meest urgente problemen is opgenomen in het Programma Randstad Urgent (RU).

De belangrijkste ontwikkelingen doen zich voor in de Randstad en daar liggen dan ook de belangrijkste opgaven, maar dat betekent niet dat in de gebieden van landsdeel West buiten de Randstad niets gebeurt. De ambitie daar ligt in het leveren van een bijdrage aan de totale ruimtelijke en economische kwaliteit en de groen-blauwe opgave van landsdeel West, maar ook in het benutten van eigen regiospecifieke kansen. De ambitie is gericht op de realisatie van arbeidsplaatsen die ook op langere termijn perspectief bieden op een voorspoedige economische ontwikkeling. Dat biedt de meeste kans op blijvend succes en het meer in evenwicht brengen van de verstoorde woon-werkbalans. Daarbij moet expliciet aandacht zijn voor behoud en versterking van zowel de unieke landschappelijke en stedelijke kwaliteiten als van het voorzieningenniveau in de vitale plattelandskernen.

3.2.2 Noordelijke Randstad

Metropoolregio Amsterdam

De gevarieerde economische structuur van de noordelijke Randstad beschikt over verschillende troeven. Kernopgave is het vasthouden en zo mogelijk versterken van de internationale concurrentiepositie van de Metropoolregio Amsterdam als centrum voor zakelijke dienstverlening, kennis, innovatie en hoogwaardige logistieke activiteiten. Voor de Metropoolregio Amsterdam hebben de decentrale overheden een Ontwikkelingsbeeld 2040 opgesteld, dat aansluit bij de Structuurvisie Randstad 2040. Door een concentratie van verstedelijking en economische ontwikkeling op de corridor Haarlemmermeer - Amsterdam - Flevoland ligt hier ook de belangrijkste opgave.

De Zuidas moet uitgroeien tot een toplocatie voor internationaal opererende bedrijven binnen een gemengd stedelijk milieu. Onderzocht wordt op welke wijze de infrastructuur inclusief de OV-knoop (NSP) in relatie tot deze ontwikkeling kan worden ingepast. Schiphol biedt een hoge kwaliteit aan internationale verbindingen en in een Structuurvisie zal worden aangegeven welke ontwikkelingsmogelijkheden er voor de luchtvaart op de lange termijn zijn. Uitplaatsing van niet-mainport gebonden activiteiten naar Lelystad Airport is daarbij een serieuze optie, waarbij aandacht is voor de effecten op verstedelijkingsopties in de regio en de regionale bereikbaarheid van deze luchthaven. Hiervoor voert de regio een verkenning uit.

De agrobedrijven in de greenports Aalsmeer (en omgeving) en de Duin- en Bollenstreek behouden en versterken hun positie op de wereldmarkt. Voor de bereikbaarheid van de Greenport Aalsmeer is de Omlegging van de N201 van bijzonder belang. Waar glastuinbouwbedrijven onvoldoende ruimte hebben om zich verder te ontwikkelen bieden de Landbouwontwikkelingsgebieden voor de glastuinbouw (LOG), zoals Grootslag (STIDUG) vestigingsmogelijkheden voor bedrijven.

Onderwerp van studie is de capaciteit van de zeetoegang IJmond in samenhang met de wateropgave en de economische potentie van het Noordzeekanaalgebied en de organisatie van het nautisch beheer. De provincie Noord- Holland onderzoekt in een planstudie de mogelijkheden om de bevaarbaarheid van De Zaan te verbeteren. In combinatie met de ontwikkeling van het Noordzeekanaalgebied kan dit tot een versterking van de economische bedrijvigheid leiden.

Een goed functionerend systeem voor het vervoer van personen en goederen en een goed woon- en leefklimaat vormen belangrijke voorwaarden voor een internationaal concurrerend vestigingsmilieu. De bereikbaarheid wordt verbeterd door onder meer de ingebruikname van de HSL-Zuid, de aanleg van de Tweede Coentunnel en de Westrandweg en de verbreding van de A2 tussen Holendrecht en Maarssen en van de A4 tussen Burgerveen en Leiden. Daarnaast wordt in het kader van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) gestudeerd op de verhoging van de frequenties op een aantal belangrijke spoorverbindingen en zijn besluiten in voorbereiding voor een groot aantal spoedwetprojecten op de weg.

Het leefklimaat wordt verbeterd door doorontwikkeling van de drie rijksbufferzones rond Amsterdam (Amsterdam-Haarlem, Amsterdam- Purmerend, Amstelland-Vechtstreek). Onder de naam Metropolitaan Landschap ligt de focus hierbij op verbetering van de bereikbaarheid en toegankelijkheid van deze groengebieden voor ontspanning en recreatie.

Door tekorten op de woningmarkt staat de sterke concurrentiepositie van de Noordelijke Randstad onder druk. In de woningbouwopgave speelt de vraag naar hoogstedelijke en groene woonmilieus een hoofdrol. Rijk en regio hebben afgesproken dat er tot 2020 netto 100.000 woningen in de Metropoolregio Amsterdam en 24.800 woningen in Noord-Holland Noord worden gerealiseerd. Verdichtingsmogelijkheden in het bestaand bebouwd gebied moeten zo optimaal mogelijk worden benut door herstructurering, revitalisering en transformatie van verouderde stedelijke gebieden. Ook het aanpakken van ruimtelijke knelpunten via herstructurering van verouderde en ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen is daarbij van belang. Met name in Amsterdam ligt er een grote binnenstedelijke opgave. Door de nadruk te leggen op verdichting wordt de noodzaak van de beschikbaarheid van een goed functionerend OV-netwerk steeds evidenter. De opgave is om in de gehele metropoolregio Amsterdam een samenhangend stedelijk OV-netwerk te realiseren met een spinnenwebachtige structuur en hoge frequenties. De Noord-Zuidlijn faciliteert deze ontwikkeling. De afspraken die met de regio zijn gemaakt over de realisatie van projecten in het kader van het Actieprogramma Regionaal Openbaar Vervoer (AROV) vormen hiervoor ook een belangrijke impuls. Naast binnenstedelijk bouwen zijn er echter ook uitleglocaties nodig.

Schaalsprong Almere

De ambitie is om Almere een schaalsprong te laten maken naar een complete en evenwichtige stad van ca. 350.000 inwoners (RU-project). Concreet betekent dit de realisatie van 60.000 woningen tussen 2010 en 2030, waarvan circa 15.000 voor de Utrechtse bouwopgave. Dit kan alleen slagen in combinatie met versterking van de economische structuur, de groen-blauwe kwaliteiten en integrale verbetering van de bereikbaarheid. Voor de corridor Schiphol - Amsterdam - Almere wordt de wegcapaciteit uitgebreid en worden gelijktijdig kansen benut voor de verbetering van de leefbaarheid en de ruimtelijke kwaliteit (RU-project). Hier liggen ook de grootste kansen voor het openbaar vervoer. In het kader van de planstudie OV Schiphol - Amsterdam - Almere - Lelystad (RU-project) wordt op korte termijn geïnvesteerd in het spoor en wordt onderzocht wat op middellange en lange termijn nodig is om het openbaar vervoer op deze corridor structureel verder te verbeteren. Ook worden de mogelijke bereikbaarheidsproblematiek en oplossingsrichtingen in het gebied Almere - ’t Gooi - Utrecht breed onderzocht in relatie tot de ruimtelijke ontwikkelingen. De groenblauwe opgaven concentreren zich op de realisatie van een toekomstbestendig ecologisch systeem voor het Markermeer/IJmeer (RUproject) en de Groen-blauwe Ruggengraat (ILG). De regio draagt zorg voor de aanleg van het Oostvaarderswold, waarmee een ecologische verbindingszone tot stand komt tussen de Oostvaardersplassen en de Veluwe en Duitsland (onderdeel Meerjarenprogramma ontsnippering). Samenhangende besluitvorming door het kabinet vindt plaats in het kader van de zogenaamde RAAM-brief (Rijksbesluiten Amsterdam-Almere-Markermeer/IJmeer). Gebiedsontwikkeling Haarlemmermeer Een ander voorbeeld van een integrale opgave is de gebiedsontwikkeling in de Haarlemmermeer. Realisatie van innovatieve woningbouw en bedrijvigheid gaat gepaard met de aanleg van een robuuste piek- en seizoensberging in combinatie met recreatieve groenontwikkeling en versterking van het Groene Hart (RU-project). Er zijn 10.000 - 15.000 woningen gepland in de nabijheid van belangrijke werkgelegenheid (Schiphol, Amsterdam Connecting Trade, Greenports), die beiden goed moeten worden ontsloten via het (regionaal) openbaar vervoer en het (hoofd)wegennet. Herstructurering van de westelijke veenweidegebieden in het Groene Hart en laag Holland is gericht op het tegengaan van de bodemdaling en het realiseren van een robuust en stabiel watersysteem in combinatie met duurzaam landgebruik.

Noord-Holland Noord en Flevoland

De opgave in Noord-Holland Noord is enerzijds gericht op ondersteuning van de ontwikkelingen in de Randstad en anderzijds op de inzet op de eigen kracht door het versterken van met name de ruimte-intensieve innovatieve bedrijvigheid. Hierdoor komt zicht op verbetering van de woon/werkbalans, terwijl tegelijkertijd de druk op het buitengebied vermindert. Voor Flevoland geldt een soortgelijke opgave. Ook hier is sprake van een ernstig verstoorde woon/werkbalans. Om die meer in evenwicht te brengen is het zaak meer banen binnen de provinciegrenzen te creëren. Bijzondere aandacht in Noord-Holland Noord en Flevoland gaat uit naar de ruimtelijke en economische ontwikkelingspotenties in de as Alkmaar-Hoorn-Enkhuizen-Lelystad-Zwolle. De in deze as gelegen Houtribdijk biedt mogelijkheden voor groen-blauwe ontwikkelingen en maatregelen in het kader van het nationale klimaatbeleid. De opgaven voor de Noordoostpolder houden verband met het ruimtelijk economisch programma in het kader van het regiospecifieke pakket Zuiderzeelijn. In Noord Holland Noord ontwikkelt de provincie het Wieringerrandmeer als groen-blauwe opgave, een recreatiegebied en woningbouw.

Utrecht

Door haar ligging in Nederland vormt de NV Utrecht (het gebied van de provincie Utrecht aangevuld met dat van de Gooi- en Vechtstreek) letterlijk het kruispunt van woon-, werk-, kennis- en cultuurstromen. Die kruispuntfunctie is daarmee niet alleen voor het gebied zelf, maar ook voor het hele land van cruciaal belang. Het is de poort tot de Randstad. Utrecht presteert economisch zeer goed, de economische groeicijfers behoren tot de hoogste van het land; de kennisintensieve en creatieve sectoren floreren. Geen enkel gebied in de Randstad kan bogen op zulke hoge groen-blauwe kwaliteiten in combinatie met een zeer vitaal stedelijk gebied. Er is in de regio Utrecht tot zeker na 2030 een zeer grote druk op de woningmarkt, omdat de afname van de groei van het aantal huishoudens in de regio veel later wordt voorzien dan in de rest van Nederland. De aantrekkelijkheid van Utrecht als vestigingsplaats voor bedrijven en instellingen trekt echter een wissel op de bereikbaarheid en het milieu. Dit stelt eisen aan hoe met de verstedelijkings- en bereikbaarheidsdruk moet worden omgaan.

De door de bestuurlijke partijen in de NV Utrecht uitgebrachte ontwikkelingsvisie 2015- 2030 (RU Duurzaam Bouwen) geeft daar een antwoord op. Deze visie wordt op hoofdlijnen door het rijk onderschreven. De visie maakt duidelijk dat er in de periode tot 2030 een kwantitatieve opgave ligt voor 65.500 woningen en 750 hectare aan bedrijventerreinen (incl. Gooi- en Vechtstreek, excl. Zuidoost en West). Wanneer de overige gebieden plus de periode tot 2015 worden meegerekend schiet de woningopgave ver voorbij de 100.000. Derhalve is dit alles alleen mogelijk bij een maximale inzet op verdichting en kwaliteitsverbetering.

De essentie van het verstedelijkingsvraagstuk in de NV Utrecht is het vinden van een oplossing voor de spanning tussen twee waarden: de behoefte aan ruimte om te wonen, te verplaatsen en te werken én de net zo dringende behoefte aan bescherming van natuur en landschap en de duurzaamheid in de ruimtelijk economische ontwikkeling. Om hier verantwoord mee om te gaan wordt het huidige bebouwde gebied optimaal benut voor nieuwe woningbouw (verdichting en transformatie). Verder worden de functies ’wonen’ en ’werken’ meer met elkaar gemengd (functiemenging) en wordt voldoende recreatieaanbod in en rondom de steden gecreëerd. Hiervoor is de ontwikkeling van de Merwedekanaalzone in Utrecht van groot belang. Bovendien is het uitgangspunt om bij majeure inrichtings- en transformatieopgaven zoveel mogelijk integraal te werken (natuur, recreatie, landschap, woningbouw en infrastructuur), zoals bij de herontwikkeling van de voormalige luchtmachtbasis Soesterberg. De nadruk op bouwen in bestaand stedelijk gebied zal vooral liggen bij het stadsgewest Utrecht, de Kromme Rijn-Lekzone en Amersfoort-Eemland (Vathorst-West). De (bestaande) mogelijkheden om nieuwe woningbouwlocaties te ontsluiten (onder andere via HOV en Randstadspoor) en het behouden van de kwaliteit van de open ruimte, zijn hierbij belangrijke criteria geweest. Tevens is duidelijk dat deze opgave niet volledig in het gebied van de NV Utrecht gerealiseerd kan worden. Daarom is besloten dat 15.000 woningen ten bate van het NV Utrecht gebied, waaronder 5000 voor Gooi en Vechtstreek/provincie Noord Holland, in Almere gebouwd zullen worden. Daartoe worden de uitkomsten van de pré-verkenning AGU afgewacht. Deze moeten zicht bieden op de bereikbaarheidssituatie en mogelijke oplossingsrichtingen voor de relatie Almere – Gooi – Utrecht, zowel voor het hoofd- en onderliggend wegennet als voor het (regionaal) OV. Een belangrijk aandachtspunt is dat de NV Utrecht in vergelijking met andere delen van de Randstad relatief weinig grote transformatielocaties heeft (er zijn geen oude haventerreinen). Het verleggen van de opgave naar buiten de stad (rekening houdend met de nationale/ waardevolle landschappen) draagt het risico van grote infrastructurele maatregelen.

Toenemende verstedelijking betekent uit oogpunt van leefbaarheid en duurzaamheid ook dat de recreatiemogelijkheden in en om de stad dienen mee te groeien. Het betreft hier niet alleen de vijf bestaande nationale landschappen waaronder de Hollandse Waterlinie, de rijksbufferzone Utrecht-Hilversum en het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug, maar ook nieuw te creëren recreatiegebieden. Het grootste deel hiervan zal dicht rond de steden moeten worden aangelegd om zo goed toegankelijk te zijn vanuit de steden. Mogelijke knelpunten bij de realisering hiervan worden bezien bij de midterm review van het ILG in 2010. Vanuit de groen-blauwe structuur liggen er voorts belangrijke ruimtelijke opgaven zoals het bewerkstelligen van robuuste watersystemen, het afremmen van bodemdaling, het ruimte bieden voor duurzame oplossingen voor de problematiek van de diepe droogmakerijen en het anticiperen op de klimaatscenario’s. Zo heeft het kabinet recent € 113 miljoen uit het Nota Ruimtebudget beschikbaar gesteld voor de Westelijke Veenweiden om onder meer bodemdaling te remmen, het watersysteem robuuster te maken en de vitaliteit van de landbouw te verbeteren. Voor de provincie Utrecht gaat het om de gebieden Wilnis-Vinkeveen (1760 ha), Zegveld-Noord (1000 ha) en Westbroek-Maarsseveen (720 ha). Voor de groen-blauwe gebieden in de bufferzones Utrecht-Hilversum (Noorderpark) en Amstelland-Vechtstreek zet het rijk in op transformatie.

Wat betreft de economische ontwikkeling wordt ervoor gekozen om de schaarse ruimte vooral in te zetten voor het faciliteren en het versterken van de vier clusters die kenmerkend zijn voor de regio, namelijk de Zakelijke diensten, de Creatieve industrie en nieuwe media, Onderwijs en ontmoeting, Life Sciences en medisch cluster. De regio kan daarmee een belangrijke rol spelen bij het realiseren van de Europese Lissabon-doelstellingen, waarbij Europa investeert in een concurrerende kenniseconomie.

Door de omgevings- en bereikbaarheidskwaliteit te stimuleren in de verschillende economische kerngebieden binnen de NV Utrecht – de stationslocaties Utrecht Centrum (NSP Utrecht Centraal) en Amersfoort Centrum, Leidsche Rijn Centrum en Nieuwegein Centrum, Sciencepark de Uithof, multimodale knooppunten Lage Weide en Nieuwegein ‘t Klooster en de locaties Papendorp (A12-zone), Amersfoort- Noord (A1-zone) – wordt de bedrijvigheid geconcentreerd en is men beter in staat aan bedrijven en instellingen het gezochte, internationale vestigingsklimaat te bieden. Daarbij wordt ingezet op een hoogwaardige openbare ruimte, een hoogwaardige woonomgeving, goede (internationale) bereikbaarheid en de nabijheid van stedelijke centra.

De mobiliteitsproblematiek in de regio Utrecht is van een dusdanige omvang dat deze een integrale aanpak vereist. Integraal betekent in dit verband dat alle mogelijke oplossingen in beeld zijn en in hun samenhang worden bezien: een zorgvuldige ruimtelijke ordening, beprijzen, mobiliteitsmanagement, verbetering van het openbaar vervoer, maatregelen voor het vrachtverkeer, en ingrepen om de capaciteit van het wegennet te vergroten. Om in deze bereikbaarheidsbehoefte te voorzien hebben rijk en regio het samenwerkingsprogramma VERDER opgericht dat een combinatie van maatregelen op het gebied van ruimtelijke ordening, prijsbeleid, vervoersmanagement, OV, goederenvervoer en weginfrastructuur (hoofdwegen én onderliggend wegennet, fietspaden) heeft uitgewerkt in een tweetal pakketstudies, namelijk ‘Ring’ en ‘Driehoek’. De planstudies A27/A1, A28, Knooppunt Hoevelaken en Ring Utrecht zijn onderdeel van de pakketstudies en richten zich op de aanpak van de hoofdwegenstructuur rond de stad Utrecht (Ring) en in de driehoek Utrecht - Hilversum - Amersfoort. De (voorlopige) voorkeursalternatieven voor de A27/A1 (Utrecht - knooppunt Eemnes - Amersfoort), A28 (Utrecht - Amersfoort) en knooppunt Hoevelaken die inmiddels benoemd zijn, illustreren de integrale en gebiedsgerichte aanpak. De situatie rond de Ring Utrecht is dermate complex dat verder onderzoek nodig is voordat een voorkeursalternatief kan worden aangekondigd. Het onderzoek zal zich richten op een breed palet van maatregelen om de problematiek het hoofd te bieden. In aansluiting op de aanpak van de Ring en het A12-traject daarbinnen, is een eerste onderzoek gestart naar de mogelijke ontwikkeling van de A12-zone (gelegen aan weerszijden van de A12 tussen de knooppunten Oudenrijn en Lunetten).

De stationslocaties moeten daarnaast over een snelle (HOV) verbinding beschikken met Amsterdam, Schiphol en andere delen van de Randstad. Voorts is het zaak dat de kerngebieden ook op regionale schaal goed ontsloten zijn, opdat onder meer werknemers hun werkplek goed en snel kunnen bereiken. De 1e fase van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS), dat zich richt op onder meer de corridors (Amsterdam -) Utrecht - Den Bosch (- Eindhoven), Utrecht - Arnhem en Schiphol - Almere - Lelystad, sluit daar goed op aan. Met PHS, dat zich nu in de planstudiefase bevindt, wordt ook de verdere ontwikkeling van Randstadspoor gefaciliteerd. Bij de bestuurlijke overlegronde MIRT in het najaar willen rijk en regio tevens besluitvorming afronden over een aanvullend OV-pakket in kader van het programma VERDER dat aansluit op de besluitvorming rond de Ring Utrecht en ‘driehoek’ (A27/A1, A28, Hoevelaken). Daarnaast wordt begonnen met uitvoering van het maatregelenpakket dat vorig jaar is afgesproken in het Actieprogramma Regionaal OV (AROV) en dat onder andere voorziet in frequentieuitbreiding van de sneltram Utrecht - Nieuwegein en doorstromingsverbeteringen voor de buslijnen aan de oost- en westzijde van de stad. De bereikbaarheid over water, met name het Amsterdam - Rijnkanaal, is voor een aantal bedrijventerreinen van groot belang. Relevant in dat verband is de planstudie naar de uitbreiding van de capaciteit van de Beatrixsluis die de verbindende schakel vormt tussen het Amsterdam - Rijnkanaal en de Lek.

Meer informatie

3.2.3 Zuidelijke Randstad

De zuidelijke Randstad zet in op de verdere ontwikkeling van de nu al toonaangevende economische clusters gekoppeld aan versterking van samenhang, uniciteit en diversiteit van het stedelijk netwerk. In de periode 2010 - 2030 wordt conform de Structuurvisie Randstad 2040 in de Zuidvleugel een aantal van netto 165.000 woningen aan de woningvoorraad toegevoegd, waarvan 115.000 in de periode 2010-2020. Dit is exclusief de vervangende nieuwbouw van 60.000 woningen in de periode 2010-2020. De inzet van de Zuidvleugel is deze totale opgave voor 80% binnen bestaand bebouwd te realiseren. Hiermee moet het Groene Hart minder onder druk komen te staan. Tevens zullen vraag en aanbod van woonmilieus met elkaar in evenwicht worden gebracht door meer in hogere dichtheden te bouwen op de centrumstedelijke locaties (zoals rond Stedenbaanlocaties) en door meer groene woonmilieus te realiseren op locaties als de Zuidplaspolder.

De verstedelijkingsstrategie van de regio gaat uit van het koppelen van de binnenstedelijke bouwopgave aan hoogwaardig openbaar vervoer in de hele Zuidvleugel (Zuidvleugelnet), verbetering van de groene landschappen om de stad en de verbinding van stad en land.

Het ontwikkelen van gebieden met groenblauwe topkwaliteit in de nabijheid van de grote steden is een belangrijke uitdaging. Verschillende projecten in Delfland, Deltapoort, Duin-Horst-Weide en het Groene Hart richten zich op het behoud van het landschap en het verbeteren van de mogelijkheden voor recreatie.

De relatie tussen de Zuidelijke Randstad en de Zuidwestelijke Delta wordt steeds belangrijker in het kader van de nationale wateropgaven, zoals verwoord in het Ontwerp Nationaal Waterplan. Dit gebied biedt ook voor de Zuidvleugel kansen voor recreatie en leefomgeving. De wateropgaven van de Zuidwestelijke Delta raken ook de gebieden Rijnmond en Drechtsteden. Een pakket van veiligheidsmaatregelen moet ervoor zorgen dat zwakke schakels in de kustverdediging in Scheveningen, Delfland en Noordwijk worden aangepakt in samenhang met het versterken van ruimtelijke kwaliteit.

Mede door de versterking van de samenhang van de economische clusters in de Zuidelijke Randstad worden de onderlinge relaties tussen de verschillende delen van de Zuidvleugel sterker. Deze vragen om een robuuste bereikbaarheidsstructuur. Het rijk investeert in die structuur vooral met de RU projecten A4 Delft - Schiedam, flessenhalzen A4 (Burgerveen - Leiden) en A12 (Vernieuwd op Weg) en het spoor Den Haag-Rotterdam. De corridor Den Haag-Rotterdam is één van de planstudies in het kader van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS). De bereikbaarheid wordt daarnaast de komende periode verbeterd via de volgende projecten: ingebruikname HSLZuid, verdere verbeteringen in de dienstregeling op het hoofdrailnet, investeringen van rijk, regio en NS in de NSP-projecten Den Haag en Rotterdam en de verdere uitbouw van Randstadrail (i.c. de opening van de tunnel naar Rotterdam CS in 2009). Verder investeren partijen in ketenvoorzieningen (fiets en auto) bij stations en HOV-haltes, onder andere via quick wins. Via de BDU en/of aparte projectsubsidies wordt een bijdrage geleverd aan verschillende regionale OV-projecten zoals de Rijn Gouwelijn Oost, metro- en tramlijnen in Rotterdam, en Netwerk RandstadRail in Den Haag. Er is een aantal projecten in het kader van het Actieprogramma Regionaal Openbaar Vervoer (AROV) door het rijk in 2008 gehonoreerd in deze regio. De regio Zuidvleugel ontwikkelt haar visie op het Zuidvleugelnet OV. Rijk en regio zullen elkaar betrekken bij de respectievelijke werkprocessen voor Zuidvleugelnet en de uitwerking van de rijksvisie op het regionaal openbaar vervoer (motie Cramer 31700 XII, nr. 35).

Regio Rotterdam

Door de aanleg van de Tweede Maasvlakte groeit de haven en kunnen nieuwe bedrijven zich vestigen. De haven van Rotterdam wordt beter ontsloten door de uitvoering van het project A15 Maasvlakte - Vaanplein. Oude delen van de haven komen langzamerhand vrij voor nieuwe bestemmingen. Herstructurering en transformatie van het stadshavengebied vindt onder meer plaats in het project Stadshavens Rotterdam. Het gaat om een grote, binnenstedelijke herstructurering van verouderde havengebieden tot een hoogwaardig stedelijk woon/werkgebied. Binnen de Stadsregio Rotterdam worden in de periode 2010- 2020 tussen de 60.000 en 70.000 woningen gebouwd (bruto). De bereikbaarheid van de regio wordt verbeterd door met name de (geplande) uitvoering van de projecten A13/ A16/A20 Rotterdam en de A15 Maasvlakte - Vaanplein. Voor de oplossing op lange termijn is in 2008 gestart met een MIRT-verkenning naar de bereikbaarheidsproblematiek in de regio Rotterdam. De MIRT-verkenning maakt gebruik van bestaand studiemateriaal. In het gebied tussen Antwerpen en Rotterdam speelt een groot aantal ontwikkelingen. Om deze in samenhang met elkaar te bestuderen is in 2008 gestart met de MIRT-verkenning Antwerpen - Rotterdam.

Voor de lange termijn stelt het rijk een integrale visie op. In deze verkenning wordt een link gelegd met de verkenning naar de bereikbaarheidsproblematiek in de regio Rotterdam.

Recent heeft het kabinet de Mainportvisie Nederland vastgesteld waarin wordt aangegeven op termijn te streven naar één Mainport Netwerk Nederland. Het toekomstige Mainport Netwerk Nederland moet in 2040 het grootste ‘biobased’ energie- en chemiecluster van Europa herbergen. Dat betekent meer toegevoegde waarde, minder uitstoot van CO2 en meer voorzieningszekerheid van energie in Nederland.

Regio Haaglanden

Het project Scheveningen Boulevard is deel van de Zwakke Schakels en ontvangt een bijdrage uit het Nota Ruimtebudget mede ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Het rijk bepaalt in 2009 of er ook een rijksbijdrage uit het Nota Ruimtebudget voor het Worldforumgebied wordt toegezegd. Beide projecten zijn onderdeel van het project Den Haag Internationale Stad. De Binckhorst ontwikkelt zich tot een hoogwaardig woon- en werkgebied en moet bijdragen aan de ambitie van de Haagse regio om tussen 2010-2020 65.000 woningen te bouwen (bruto). De bereikbaarheid wordt in de regio aangepakt door aanleg van het Trekvliettracé (Den Haag Internationale Stad), met medefinanciering van het rijk en door een aantal projecten in het kader van het Actieprogramma Regionaal Openbaar Vervoer (Netwerk RandstadRail). In 2008 is de Hubertustunnel (Den Haag) als laatste onderdeel van de Noordelijke Randweg tussen de A4 en Scheveningen opgeleverd, die ook een verbetering betekent voor de bereikbaarheid van dit stedelijk gebied. Voor de oplossing op lange(re) termijn is in 2008 gestart met een verkenning naar de bereikbaarheidsproblematiek in de regio Haaglanden.

Greenports

De greenports Zuid-Hollands glasdistrict (Westland en Oostland), Duin- en Bollenstreek en Boskoop (pot- en containerteelt) zijn essentiële schakels in de Nederlandse tuinbouwketen met een groot aandeel in de wereldhandel van tuinbouw en sierteeltproducten. Belangrijke aandachtspunten zijn de ligging ten opzichte van de mainports, de fysieke bereikbaarheid en de herstructureringsopgave. De relatie met de mainports is cruciaal, omdat veel producten met schepen en vliegtuigen naar wereldwijde bestemmingen gaan. Ook is er een omvangrijke stroom importproducten, die via de main- en greenports in Nederland gedistribueerd wordt. Moderne en maatschappelijk verantwoorde tuinbouwproductie vergt grote aanpassingen in de verouderde productie- en handelsgebieden. Het gaat om schaalvergroting en verduurzaming van bedrijven en geclusterde ruimte voor de gelieerde bedrijvigheid. De ontsluiting voor vrachtverkeer moet verbeteren, de energie-infrastructuur en waterinfrastructuur moeten kwalitatief en kwantitatief duurzaam worden en de omgevingskwaliteit dient te verbeteren. Deze opgave is onderdeel van het project Transitie Greenports. Het kabinet heeft hiervoor een definitieve bijdrage uit het Nota Ruimtebudget vastgesteld. Voor de lange termijn is het de vraag hoe de ruimtelijke koppeling van productie- aan centrumfunctie van de greenports zich ontwikkelt. Het kabinet wil dit integraal afwegen.

Regio Leiden / Holland Rijnland

Rijk, provincie en regio hebben in 2008 de Integrale Benadering Holland Rijnland opgestart, waarin de regionale projecten Rijnlandroute, RijnGouwelijn, Valkenburg, Greenport Duin- en Bollenstreek en Leiden Biosciencepark in samenhang met elkaar en met het hoofdwegennet en de verstedelijkingsambities worden bezien. Inzet van partijen is om de ontwikkeling van de As Leiden-Katwijk een impuls te geven door verbetering van de bereikbaarheid (over weg en per OV) en door de realisatie van de woningbouwopgave te stimuleren. In het najaar van 2009 worden afspraken over een samenhangend pakket van maatregelen voorzien. De totale woningbouwopgave voor de regio Holland Rijnland behelst zo’n 20.000 woningen (bruto) in de periode 2010-2020. Daarvan wordt circa 70% gerealiseerd in de As Leiden-Katwijk.

Regio Rotterdam - Dordrecht (Drechtsteden)

In de Deltapoort is het streven om via herstructurering te komen tot een verbetering in de ruimtelijke structuur, een ruimer woonaanbod en meer groenvoorzieningen. In de Drechtsteden worden in de periode 2010-2020 zo’n 12.000 woningen gebouwd (bruto). Het verbeteren van de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de woningvoorraad is in Drechtsteden één van de prioritaire opgaven. De ontwikkeling van het Maasterras Drechtsteden moet hieraan bijdragen. De logistieke oriëntatie vergt daarnaast investeringen in bereikbaarheid. Zo is er een programma aansluitingen HWN - OWN voor de hele regio. Hierin is voor vijf aansluitingen geld gereserveerd door rijk en regio, waaronder de Dordtse aansluiting A16/ N3. Dordrecht is een knooppunt van wegen, vaarwegen en spoorlijnen. Het vervoer van gevaarlijke stoffen via deze verbindingen heeft effect op de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden in de regio. Het rijk heeft een bijdrage geleverd aan de verbetering van de veiligheidssituatie en de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden onder andere via het BIRK (Spoorzone Dordrecht/Maasterras). Als vervolg op de besluitvorming over het bedrijventerrein in de Hoeksche Waard heeft het rijk gekozen voor een snelle ontwikkeling van plannen in Nieuw Reijerwaard en Dordrecht (project bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard en De Westelijke Dordtse Oever). Een rijksbijdrage is hiervoor beschikbaar gesteld. Voor het bundelen en (multimodaal) uitwisselen van (binnenvaart)containerstromen wordt binnen RU de haalbaarheid van een Containertransferium Rotterdam in de Drechtstreek onderzocht. Een besluit tot uitvoering van het Containertransferium is op handen.

Regio Gouda

Gouda zet in op versterking van de knooppuntfunctie en de toeristische attractiviteit. Aan de (noord)oostflank geldt versterking van de landschappelijke kwaliteiten van het Groene Hart als uitgangspunt, daartoe is een bijdrage uit het Nota Ruimtebudget voorzien. Aan de westkant vraagt de ontwikkeling van de Zuidplaspolder om een integrale aanpak. Het landschap verrommelt, de regio Rotterdam - Midden Holland heeft dringend behoefte aan attractieve woonmilieus, er is vraag naar locaties voor bedrijven en glastuinbouw, de waterproblematiek vraagt bijzondere aandacht en de bereikbaarheid staat onder druk. Er is een rijksbijdrage uit het Nota Ruimtebudget toegezegd voor de duurzame ontwikkeling van de Zuidplaspolder. In de planstudie Parallelstructuur Gouweknoop A12/A20 wordt de mogelijkheid om het doorgaand verkeer (Den Haag – Utrecht en Rotterdam – Utrecht en v.v.) en het verkeer van en naar Gouda te scheiden beschreven, waardoor het Gouweaquaduct ontlast wordt en de kans op ongevallen afneemt door minder weefbewegingen. De parallelstructuur is mede van belang voor de ruimtelijke ontwikkeling in de Zuidplaspolder en de westflank van Gouda. Inmiddels is overeenstemming bereikt over de voorkeursoplossing en is de maximale financiële bijdrage van rijk en regio aan dit project vastgesteld. De verkenning van de provincie Zuid-Holland naar capaciteit van de Julianasluis in de Gouwe wordt uitgevoerd met het oog op de geplande containerterminal bij Alphen a/d Rijn. Het rijk levert een bijdrage aan de Rijn Gouwelijn Oost, die van belang is voor de herontwikkeling van de stationszone Gouda.

Meer informatie

Overzichtkaart
MIRT Projectenboek 2010

Hoofdmenu

Servicemenu