1. Home
  2.   MIRT 2010
  3.   Gebieden
  4.   Landsdeel Oost
  5. 3.4 Landsdeel Oost

3.4 Landsdeel Oost

3.4.1 Karakteristiek Oost-Nederland

Oost-Nederland bestaat uit Gelderland en Overijssel. Er wonen ongeveer 3,1 miljoen mensen. Voor een belangrijk deel (ruim 40%) wonen die in de grote steden. Oost-Nederland produceert 16% van het BNP; de twee nationale stedelijke netwerken zijn daarbij de motoren. Verder is Oost-Nederland ook zeer groen: een derde van de natuur en nationale landschappen ligt in dit deel van het land. Mede daardoor is het er aantrekkelijk wonen en neemt de druk vanuit de Randstad toe.

Landsdeel Oost ligt strategisch in de luwte van metropolitane regio’s, met goede achterlandverbindingen en een eigen positie in de kennisnetwerken van Noordwest-Europa. De zogenaamde ‘triangle’ - Nijmegen, Enschede, Wageningen - zet in op health, technology, energy en food. Kennis en innovatie zijn de stuwende krachten van de economie van Oost-Nederland, die verder een brede basis heeft in maakindustrie, logistiek en landbouw. In (inter)nationaal perspectief bevinden de beide provincies zich, op verschillende schaalniveaus, tussen grote economische concentraties: de Randstad in het westen en het Ruhrgebied en Berlijn in het oosten. De belangrijkste (inter)nationale transportassen, de A1-zone, inclusief de Berlijnlijn, de A12-zone met de Deltalijn en de A15-zone met de Betuwelijn en de Waal, zijn daarom belangrijke ontwikkelassen voor het landsdeel. Hier, en in de stedelijke netwerken, concentreren zich de belangrijkste samenhangende opgaven.

In landsdeel Oost liggen twee nationale stedelijke netwerken, te weten de Stadsregio Arnhem - Nijmegen en de Stadsregio Twente. Er liggen ook twee meer regionale stedelijke netwerken, Stedendriehoek en Zwolle-Kampen Netwerkstad. Tenslotte is er nog een regionaal stedelijk netwerk in opkomst: WERV (Wageningen, Ede, Rhenen, Veenendaal). De grootste vervoerstromen binnen de regio en de belangrijkste ruimtelijk economische ontwikkelingen in Oost-Nederland vinden plaats rond deze stedelijke netwerken.

Naast de sterke combinatie van kwalitatief hoogwaardige groenstructuren en dynamische stedelijke gebieden, wordt landsdeel Oost gekenmerkt door de aanwezigheid van de grote rivieren. Deze rivieren hebben vanuit het verleden welvaart gebracht en bieden ook nu nog volop mogelijkheden voor hoogwaardige stedelijke ontwikkelingen, recreatie en vervoer over water, maar ook op het gebied van waterveiligheid ligt er een belangrijke opgave. De aanwezigheid van de grote rivieren is van invloed op het functioneren van mobiliteitsnetwerken, doordat bij rivierovergangen lokaal, regionaal en nationaal verkeer samenkomen en daardoor knelpunten kunnen ontstaan.

Het behouden van de balans tussen economie, ecologie en kwaliteit van leven staat centraal in Oost-Nederland. De ambities voor de fysieke leefomgeving staan primair in dienst van de sociaal-economische ontwikkeling van het landsdeel. Het landsdeel Oost wil ruimte maken voor de ontwikkeling van werkgelegenheid en hoogwaardige woonmilieus. Een structuur van sterke, met elkaar verbonden stedelijke regio’s is daarbij het vertrekpunt. Waterveiligheid, een gezond milieu en behoud, herstel en versterking van natuur en landschap zijn vanzelfsprekende randvoorwaarden. Investeringen moeten bijdragen aan serieuze waardegroei en aan het versterken van de internationale concurrentiepositie van regio’s en landsdeel.

3.4.2 (Inter)nationale verbindingsassen

De verbinding tussen de Randstad en Roergebied via de Stadsregio Arnhem-Nijmegen loopt over de as A12/Deltalijn en vanuit de mainport Rotterdam via de A15, de Waal en de Betuweroute. De A1, met parallel daaraan de Berlijnlijn, verbindt nationale stedelijke netwerken en vormt een centrale verbindingsas tussen de Randstad, via Twente naar Berlijn en verder richting Noord- en Oost-Europa. Voor de Waal in relatie tot de A15 ligt het huidige accent op de groene en blauwe opgaven in WaalWeelde. De centrale opgave van WaalWeelde is de waterveiligheid (PKB Ruimte voor de Rivier) en natuurontwikkeling (Natura 2000) en daaraan gekoppeld de ambitie om de ontwikkelkansen langs de Waal te benutten en tegelijk de ruimtelijke kwaliteit te versterken.

Naast de grote internationale corridors, zoals de A1-zone inclusief de Berlijnlijn en de A12- zone met de Deltalijn, zijn ook de verbindingen tússen de stedelijke regio’s binnen het landsdeel en met de omliggende stedelijke gebieden, zoals met Utrecht, Amersfoort, Almere, BrabantStad en in Noord-Rijnland-Westfalen van groot economisch belang. Dit betreft met name de N18, de N35 en de interregionale en grensoverschrijdende spoorverbindingen. Deze verbindingen dienen goed op orde te zijn, waardoor de ‘daily urban systems’ goed met elkaar zijn verbonden. Daardoor wordt de arbeidsmarkt vergroot en nemen innovatiekansen en concurrentiekracht toe. Interessante mogelijkheden zijn er voor de versterking van de kennisdriehoek (‘triangle’) met Health-, Food- en Technovalley als hoekpunten. Het landsdeel ziet in het westelijk deel van het rivierengebied een opgave ten aanzien van de A2-zone als hoofdverbinding tussen Utrecht en Den Bosch in samenhang met de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Met uitzondering van het onderdeel Nieuwe Hollandse Waterlinie is deze opgave nog onvoldoende uitgewerkt, maar kan op termijn van belang worden voor MIRT-afspraken.

3.4.3 Stadsregio Arnhem-Nijmegen

De Stadsregio Arnhem-Nijmegen wil haar internationale economische concurrentiepositie versterken door de aantrekkelijkheid van het vestigingsklimaat voor de bestaande bedrijvigheid en economische groeisectoren te verbeteren. De economische motor van de stadsregio ligt vooral in en direct rond de centrumsteden Arnhem en Nijmegen en langs de internationale verkeersassen.

De stadsregio blijft volgens de prognoses tot na 2030 groeien, zowel in aantal huishoudens als op het gebied van bedrijvigheid. De aantrekkelijkheid van bestaande binnenstedelijke werklocaties en bedrijventerreinen moet worden verbeterd en nieuwe werklocaties moeten worden ontwikkeld. Om de concurrentiepositie van de Stadsregio te kunnen vasthouden moet tevens worden ingezet op het creëren van voldoende nieuwe hoogwaardige stedelijke woonmilieus in de centrumsteden en het verzilveren van de reeds aanwezige ontwikkelingskansen op het gebied van landelijk wonen. Tegelijkertijd moet de sociaal-economische structuur van de centrumsteden worden versterkt. Door een combinatie van herstructurering en transformatie, woningverbetering en nieuwbouw zal de aantrekkelijkheid van de woningvoorraad worden verbeterd.

Ook de mobiliteit blijft toenemen. Voor de periode tot 2020 zijn al veel verbeteringsmaatregelen voor de bereikbaarheid in studie dan wel in uitvoering (zie hoofdstuk 4, landsdeel Oost en uitvoeringsprogramma regio); voor de periode vanaf 2020 zal nog moeten worden bepaald welke maatregelen nodig zijn om de (gezamenlijke) ambitie in de Mobiliteitsaanpak te halen.

De stadsregio wil de komende jaren de voorziene economische en fysieke groei op een duurzame wijze kunnen accommoderen, waarbij tegelijkertijd de bestaande ruimtelijke kwaliteiten van de regio en de onderlinge samenhang verder worden verbeterd. De grenzen aan de uitbreiding in het binnenstedelijk gebied zijn bereikt. De gewenste toekomstige schaalsprong kan alleen worden gerealiseerd door een grotere transformatie van het bestaande stedelijke gebied en de uitbreiding van het wonen in het middengebied. De bereikbaarheid van de regio moet worden gehandhaafd en waar nodig worden verbeterd en de milieubelasting moet worden verminderd. Deze schaalsprong van de stadsregio is te realiseren door verdere optimalisatie en uitbreiding van de bestaande verkeersinfrastructuur (o.a. planstudie mogelijke doortrekking A15 naar A12), hoogwaardige OV-voorzieningen en de verknoping van deze modaliteiten. Ook het verbeteren van de doorstroming, het verder versterken van het programma luchtkwaliteit en de regionale klimaatagenda behoren tot de integrale aanpak van de stadsregio. De duurzame ruimtelijke ontwikkeling van de stadsregio vraagt om samenhangende en integrale gebiedsontwikkeling. De woningmarkt is (gemiddeld) redelijk ontspannen. De grootste druk ligt in het middengebied, waar ook de grote uitbreidingslocaties van Arnhem en Nijmegen liggen. Die opgave vraagt om aandacht voor de daarmee samenhangende bereikbaarheidsproblematiek en voldoende ruimte voor groen en recreatie. Tussen rijk en Stadsregio bestaat overeenstemming over de woningbehoefte voor de periode 2010-2020 (30.000-33.000 woningen, als wordt uitgegaan van een trendmatige vervanging van 9.000 woningen). Het woningtekort wordt daarmee in die periode teruggebracht tot 1,5%. Over de verdeling van het woningbouwprogramma over de regio en de kwalitatieve invulling daarvan vindt nog overleg plaats. Hierbij is een integrale benadering voor de specifieke locatiekeuze gewenst: de vooren nadelen vanuit alle sectoren voor de diverse locaties worden hierbij betrokken.

Gezien het voorgaande is de belangrijkste samenhangende opgave van de Stadsregio Arnhem-Nijmegen de versterking van het Middengebied. In dit middengebied komen de vijf belangrijkste programma’s/projecten in de stadsregio samen: 

  1. Centrale Ontwikkelingszone Arnhem (COZA): dit is de overkoepelende naam voor een aantal integrale gebiedsontwikkelingen in het hart van Arnhem. Hiertoe behoren het Nieuwe Sleutelproject Arnhem Centraal, Rijnboog (binnenstedelijke transformatie) en Stadsblokken-Meinerswijk (experiment met aangepast bouwen). 
  2. Nijmegen Omarmt de Waal: dit is de typering voor een aantal centraal stedelijke projecten aan en over de Waal in Nijmegen, die op termijn het nieuwe stedelijk hart van de Waalstad gaan vormen. Deze gebiedsontwikkeling bevat onder meer de aanleg van de tweede stadsbrug, de ontwikkeling van het Waalfront (binnenstedelijke transformatie) en de bouw van de Citadel (centrumgebied van VINEX-locatie de Waalsprong) en de dijkteruglegging bij Lent (basismaatregel Ruimte voor de Rivier). 
  3. HOV-netwerk stedelijk kerngebied: met een nieuw HOV-netwerk wil de stadsregio de positie van het OV versterken en de bereikbaarheid van het gebied vergroten. Een tweede HOV-as als onderdeel van dit netwerk kan de ruggengraat van de verstedelijkingsopgave gaan vormen. Nut en noodzaak van een tweede HOV-as zullen in het verdere proces helder moeten worden. Naast verdere uitbouw en optimalisatie van de Stadsregiorail, wil de stadsregio de positie van het HOV versterken om zo de bereikbaarheid van de regio te vergroten en doorstroming op de (inter-) nationale assen te kunnen garanderen. Dit in combinatie met de capaciteitsverhoging en uitbreiding van de rijkswegen en spoor. 
  4. Park Lingezegen: Park Lingezegen vormt het centrale stedelijk uitloopgebied tussen Arnhem en Nijmegen en wordt hét Groene Hart van de Stadsregio Arnhem-Nijmegen. Het gebied zal verbonden worden met andere natuurgebieden in de omgeving en is door het rijk aangemerkt als rijksbufferzone.
  5. De OV-corridor Arnhem-Doetinchem: stadsregio en provincie in samenwerking met het ministerie van VenW streven naar verbetering van de lijn Arnhem-Doetinchem. Deze lijn is zeer belangrijk voor het regionaal OV vanuit de Achterhoek naar de stadsregio. Dit streven krijgt gestalte door het vergroten van de capaciteit, het verbeteren van de punctualiteit, de ontwikkeling van een nieuw station in Westervoort (als onderdeel van de Stadsregiorail) en de mogelijke ontwikkeling van een station Zevenaar-Oost.    

WERV / Vallei-regio

In aansluiting op de Stadsregio Arnhem - Nijmegen ontwikkelt het WERV-gebied (Wageningen, Ede, Rhenen en Veenendaal) zich tot een regionaal stedelijk netwerk en economisch kerngebied. Het WERV-verband en de Valleiregio vormen een gebied met zowel een verstedelijkt als een groen gezicht. De regio heeft een aantrekkelijk vestigingsklimaat door de centrale ligging in Nederland, de goede ontsluiting, het gevarieerde landschap en attractieve woonmilieus. In de WERV/Vallei- regio bestaat, in aansluiting op Pieken in de Delta, de ambitie tot verdere ontwikkeling van het Food-Valley-concept ten behoeve van de internationale concurrentiepositie van Nederland in het algemeen en deze regio in het bijzonder. De Ambitieschets Food Valley 2020 vormt hiervoor de basis die nu nog onvoldoende is uitgewerkt maar op termijn van belang kan worden voor MIRT afspraken.

Meer informatie

3.4.4 Stadsregio Twente

De Stadsregio Twente transformeert naar een innovatieve kenniseconomie. De van oudsher aanwezige maakindustrie wordt steeds kennisintensiever en specialistischer. Enschede is één van de hoekpunten van de Oost-Nederlandse kennisdriehoek (‘triangle’) met focus op technologie. Technology Valley Twente richt zich in het bijzonder op voedingstechnologie, gezondheid, veiligheid, bouwinnovaties en materiaaltechnologie. De ambitie van Twente is om het komende decennium te gaan behoren tot de top vijf van kennisregio’s in Europa. Dé grote uitdaging is kennisvalorisatie in de zogenaamde ‘Advanced Technology’ (micro en nanotechnologie).

De belangrijkste regionale opgave voor Twente is het versterken van het stedelijk kerngebied. In ruimtelijke zin gaat het daarbij om de doorontwikkeling van de Innovatiedriehoek. De geïntegreerde, grootschalige gebiedsontwikkeling omvat het Kennispark Twente (Enschede), de Luchthaven Twente en de binnenstedelijke herontwikkeling van stationsgebied Hengelo (Hart van Zuid). De externe ontsluiting en interne verbinding van deze drie locaties met een grote potentie vormt in de ogen van de regio een belangrijke opgave. Daarnaast zet Twente in op de realisatie van de stadsassen vanaf de A1 en A35 en van de HOV-verbindingen in het stedelijk kerngebied en de stationsomgevingen van de Twentse steden. Synergie en samenhang van de ontwikkelingen in het stedelijk kerngebied zullen in het verdere studieproces helder moeten worden. De regio Twente heef t een ontspannen woningmarkt. Er is geen kwantitatief woningtekort. Wel is er een omvangrijke kwalitatieve vraag en een grote goedkope huurvoorraad waarvan de kwaliteit niet aansluit bij de (toekomstige) behoefte. Volgens de rijkscijfers zullen in heel Twente in de periode 2010- 2020 ongeveer 20.000 woningen (inclusief vervanging) moeten worden gebouwd. Over het woningbouwprogramma en de verdeling daarvan over de regio (de steden en de overige gemeenten) vindt nog overleg plaats. Het benutten van de landschappelijke kwaliteiten versterkt de sociaal-economische positie van Twente. Twente biedt een woon- en werkplek met velerlei mogelijkheden voor invulling van vrije tijd en recreatie, waarin stad en land op natuurlijke wijze met elkaar in verbinding staan. De ruimtelijke kwaliteit van Twente wordt voor een belangrijk deel bepaald door de groen-blauwe structuur. Ontwikkeling daarvan is van groot belang voor het vestigingsklimaat en daarmee voor de ruimtelijkeconomische structuur van Twente. De Groene Poort is een groene schakel van formaat, die het stedelijk gebied van Twente verbindt met het landschap van Noordoost en Zuidwest Twente. De Groene Poort heeft een dubbele functie: enerzijds een geledingfunctie tussen de steden, anderzijds een verbindende functie tussen de waardevol aanwezige landschappen. De EHS langs het vliegveld Twente heeft ook nadrukkelijk een verbindende functie.

Meer informatie

3.4.5 Netwerkstad Zwolle-Kampen

De netwerkstad Zwolle-Kampen heeft zich ontwikkeld tot scharnierpunt in ruimtelijk, economisch en logistiek opzicht tussen de Randstad en Noordoost-Nederland en het Duitse achterland. De centrumfunctie van Zwolle heeft een verzorgingsgebied van ruim een half miljoen mensen in delen van Flevoland, Drenthe, Overijssel en Gelderland. Binnen Nederland is Zwolle de stad met het hoogste aantal arbeidsplaatsen ten opzichte van de bevolking. De netwerkstad gaat er van uit dat de regionale economie tenminste tot 2020 blijft groeien. Dit leidt tot een grote pendel en dus druk op de infrastructuur. In de visie op de toekomstige ontwikkeling staat het evenwicht tussen rood, groen en blauw centraal. De netwerkstad kiest voor een duurzame ontwikkeling, met versterking van stedelijke functies, en wil tegelijkertijd investeren in een hoogwaardig leefmilieu waar bereikbare natuur, landschap en water een hoofdrol spelen.

De woningmarkt in de stedelijke regio Zwolle Kampen blijft groeien. De kwalitatieve vraag is hoog. Met ruim 12.000 woningen is er een wat hogere woningbouwambitie dan vanuit de Primos prognose wordt voorgesteld (+1500 woningen). Voor deze opgave bestaat voldoende bestemmingsplancapaciteit. In kwalitatieve zin is er een evenwichtige verhouding tussen goedkoop, middelduur en duur. Qua woonmilieus wordt het programma afgestemd op de vraag.

De netwerkstad Zwolle-Kampen vormt een bovenregionaal centrum voor werkgelegenheid, onderwijs en stedelijke voorzieningen. De vraag naar centrumlocaties voor stedelijke voorzieningen, woonmilieus en vervoersgebonden locaties neemt toe. Uitbreidingsmogelijkheden van het centrumgebied zijn beperkt. Via herontwikkeling, functieverandering en inbreiding in de binnenstadsschil wordt een milieu gecreëerd, waarbinnen het centrum verder kan groeien. Daartoe is het programma ‘Binnenstad-plus’ in ontwikkeling. Milieuregels bemoeilijken ontwikkelingen van vervoersgebonden woon- en werklocaties. Voor deze functies wordt ruimte gezocht in de Spoorzone en de A28-zone in Zwolle. Andere opgaven hangen samen met de bereikbaarheid die sterk onder druk staat. De scharnierfunctie van Zwolle in Noordoost-Nederland vergroot deze druk. Door rijk en regio worden tot 2020 al diverse maatregelen genomen om deze druk te verlichten. Het gaat om verschillende maatregelen op de A28 zone (doorstroming A28, A28-corridor, afwikkeling regionaal en lokaal verkeer), op de Ring Zwolle, Hanzelijn, Kamperlijn en de N50.

In de integrale gebiedsontwikkeling IJsseldelta- Zuid zijn meerdere onderling samenhangende (regionale) opgaven aan de orde. Het gaat onder meer om het vergroten van de waterveiligheid, het realiseren van 350 hectare nieuwe natuur, het toevoegen van een bijzonder waterrijk woonmilieu dat bijdraagt aan het versterken van het vestigingsklimaat van dit gebied, de inpassing van de Hanzelijn (inclusief nieuw station en stationsomgeving), het verbeteren van de toeristisch recreatieve infrastructuur, de door de regio gewenste ombouw van de N307 naar N23, de aanpak van de N50 en agrarische structuurversterking.

Meer informatie

3.4.6 Stedendriehoek Apeldoorn-Deventer-Zutphen

De Stedendriehoek bestaat uit de drie middelgrote steden Apeldoorn, Deventer en Zutphen in een gevarieerde groene omgeving met vitale dorpen. Er is een goede balans tussen de rode, groene en blauwe functies. De Stedendriehoek is aantrekkelijk als woonomgeving en – mede vanwege de centrale ligging in ons land aan A1 en A50 – als vestigingsplaats voor bedrijven. De Stedendriehoek ontwikkelt zich tot een samenhangend stedelijk netwerk, waarin de ruimtelijke en functionele relaties tussen de drie steden onderling en met het landelijk gebied steeds sterker worden. De regio Stedendriehoek heeft hoge ambities waar het gaat om duurzaamheid, klimaatbeleid en energiebesparing. De woningmarkt in de Stedendriehoek wordt de komende jaren geleidelijk meer ontspannen. Tussen rijk en Stedendriehoek bestaat overeenstemming over de voorgenomen aantallen woningen voor de periode 2010-2020 (14.000 tot 15.000 waarvan 3.500 tot 4.000 vervanging). Het woningtekort blijft daarmee in deze periode onder de 1,5%. De behoefte aan uitbreidingslocaties is beperkt door de ambitie om meer dan 45% binnen bestaand bebouwd gebied te realiseren. De bestemmingsplancapaciteit is voldoende. Over de kwalitatieve invulling van het programma zijn afspraken gemaakt met de provincies.

De belangrijkste opgave voor de ontwikkeling van de Stedendriehoek is de versterking van de A1-zone in combinatie met de ontwikkeling van de IJsselzone. Dit zogenaamde assenkruis vormt de ruggengraat van de Stedendriehoek, maar verbindt de regio ook met de andere stedelijke netwerken in Oost-Nederland. Alle grotere ruimtelijke opgaven van de regio voor wonen en werken – uitleg, transformatie en herstructurering – liggen in deze zones langs de A1 en de IJssel.

Er is regelmatig sprake van congestie op de A1 in de Stedendriehoek. De optimalisatie van de capaciteit van de A1 Apeldoorn-West - Deventer-Oost - Azelo (dit is zowel een (inter)nationale verbinding als een regionale verbinding), gekoppeld aan de ontwikkeling van de daarmee samenhangende stadsassen en knooppunten en van het regionale bedrijventerrein Apeldoorn Zuid en Bedrijvenpark A1 worden op dit moment verkend. De ministers van VenW en VROM hebben ingestemd met een integraal proces voor de verkenning van de A1-zone en de A1-aanpak conform Sneller & Beter en gericht op de komende bestuurlijke overleggen.

Daarnaast zet de Stedendriehoek in op de ontwikkeling van afvalrecyclingbedrijf VAR in combinatie met energieopwekking en een nieuwe regionale glastuinbouwlocatie. Voor de woningbouwopgave is de IJsselsprong Zutphen van belang, in combinatie met de maatregelen in het kader van de PKB Ruimte voor de Rivier. De vele rivierkundige PKBmaatregelen aan de IJssel worden in de regio gecombineerd met de versterking van de ruimtelijke kwaliteit langs de IJssel: onder andere stadsfronten Deventer en Zutphen.

Meer informatie

Overzichtkaart
MIRT Projectenboek 2010

Hoofdmenu

Servicemenu