1. Home
  2.   MIRT 2010
  3.   Financiële uitwerking
  4.   Financieringsbronnen
  5. 5.2 Financieringsbronnen

5.2 Financieringsbronnen

Voor uitgaven in het ruimtelijk domein zijn diverse financieringsbronnen. Allereerst de reguliere begrotingsmiddelen, die gevoed worden door de belastingontvangsten. Daarnaast zijn er middelen beschikbaar uit het Fonds Economisch Structuurversterking, de Europese Fondsen en bijdragen van derden. Ook kunnen maatregelen worden genomen waarbij (extra) middelen worden gegenereerd. De diverse middelen worden op basis van politieke keuzes verdeeld over de diverse begrotingen.

5.2.1 Fonds Economische Structuur-versterking (FES)

Voor de financiering van ruimtelijke investeringen kan onder meer geput worden uit het FES. Dit is een fonds waarbij middelen naar begrotingen van de relevante departementen worden verdeeld. Decentrale overheden kunnen derhalve geen direct beroep doen op dit fonds. Het fonds vindt zijn basis in de Wet Fonds Economische Structuurversterking (FESwet). Het kabinet heeft in het Coalitieakkoord aangegeven deze wet te herzien met betrekking tot de voeding en de FES-domeinen. Het wetsvoorstel hiervoor is in juni 2009 aan de Tweede Kamer verzonden (TK 31 993, nr. 3 en 4).

In het wetsvoorstel is een nieuwe voedingsen uitgavensystematiek geformuleerd met meer stabiliteit (vaste voeding). De voeding wordt voor deze kabinetsperiode vastgezet door deze gelijk te stellen aan de begrote uitgaven uit het FES. Voor de jaren daarna wordt voorgesteld om het FES te voeden met een deel van het rendement van de waarde van het aardgasvermogen, waardoor (een deel van) het resterende aardgasvermogen wordt omgezet in een structurele en stabiele reeks aan FES-voeding. Hierdoor kunnen ook na het opdrogen van de aardgasbaten FES-waardige investeringen worden gedaan.

Tevens moderniseert het wetsvoorstel de omschrijving van de categorieën investeringsprojecten waaraan uit het fonds kan worden bijgedragen, de zogenoemde domeinen van het fonds. Dit maakt het conform de afspraken in het Coalitieakkoord mogelijk middelen uit het fonds in te zetten voor: 

  • de verkeer- en vervoerinfrastructuur met inbegrip van de kosten die samenhangen met milieumaatregelen en de ecologische hoofdstructuur 
  • de technologie- en kennisinfrastructuur 
  • de bevordering van verduurzaming van de energiehuishouding 
  • het waterbeheer 
  • ruimtelijke investeringen      

Vanzelfsprekend blijft van belang dat projecten niet alleen binnen de vastgestelde domeinen moeten vallen, maar dat ook aan de voorwaarde wordt voldaan dat het gaat om investeringsprojecten van nationaal belang waarmee beoogd wordt de economische structuur te versterken.

Voor de periode 2008-2014 is circa € 1 miljard voor de Nota Ruimte gereserveerd en voor de periode 2008-2020 circa € 6,5 miljard voor de Nota Mobiliteit. Ook een deel van de in het Coalitieakkoord 2007 genoemde structurele middelen worden vanuit het FES bekostigd. Na toekenning van de desbetreffende FES-middelen aan concrete projecten maakt dat bedrag deel uit van de reguliere begroting van de betrokken departementen. Voor de middelen van het Nota Ruimtebudget betekent dit dat deze verspreid zijn opgenomen in tabel 5.1. Alleen de middelen die zijn toegevoegd aan de begroting van VROM zijn expliciet zichtbaar. De middelen die aan de andere ministeries toegekend zijn, zijn verwerkt in reeds bestaande beleidsartikelen.

5.2.2 Europese Fondsen

Op de begroting van de Europese Unie (EU) staat als uitgavencategorie de post Structuurfondsen. Deze fondsen zijn bedoeld als aanvulling op het regionale beleid en dienen ter versterking van de sociaaleconomische samenhang in de EU. Het gaat hierbij onder andere om: Europees Fonds Regionale Ontwikkeling (EFRO), Europees Sociaal Fonds (ESF), Cohesiefonds. Ten behoeve van investeringen in het ruimtelijke domein wordt een beroep gedaan op deze fondsen. Deze fondsen leveren een belangrijke bijdrage aan de Lissabonagenda die de EU in 2010 tot de meest concurrerende economie moet maken. Het beleid kent vanaf 2007 drie doelstellingen: (1) Convergentie: gericht op de minst welvarende landen en regio’s, (2) Regionale concurrentiekracht en werkgelegenheid: gericht op alle overige regio’s en (3) Europese territoriale samenwerking: gericht op alle regio’s in de EU.

Nederland komt in aanmerking voor doelstellingen 2 en 3 en ontvangt hiervoor in de periode 2007-2013 in totaal € 1.907 miljoen uit het ESF en het EFRO. Daarvan is € 1.660 miljoen voor doelstelling 2 en € 247 miljoen voor doelstelling 3. In het Nationaal Strategisch Referentiekader (NSR) is vastgelegd waar Nederland dit geld aan besteedt. Voor fysieke investeringen in het ruimtelijk domein is doelstelling 2 met de prioriteiten (1) innovatie, ondernemerschap en kenniseconomie, (2) attractieve steden en (3) attractieve regio’s, relevant. In de periode 2007-2013 is € 830 miljoen beschikbaar voor de vier landsdelen. Uitgangspunt is dat minimaal 45% wordt besteed aan de prioriteit innovatie, ondernemerschap en kenniseconomie.

Nederland kan ook een beroep doen op middelen voor de realisatie van het Trans-Europees Transportnetwerk (TEN-T). Dit netwerk wordt van belang geacht voor de versterking van de Europese concurrentiekracht en dus voor het realiseren van de Lissabondoelstellingen. De EU draagt in beperkte mate financieel bij. Voor het Meerjarenprogramma 2007-2013 is circa € 8 miljard beschikbaar. De kosten voor de totstandkoming van de in 2004 gedefinieerde 30 Europese prioritaire projecten zijn echter al op € 250 miljard geraamd. Vanwege het beperkte budget schenkt de Europese Commissie (EC) bij de verdeling met name aandacht aan kritische grensoverschrijdende trajecten en andere belangrijke bottlenecks op de prioritaire corridors. Kaart 5.1 geeft een overzicht van het Trans-Europees Transportnetwerk in Nederland en de verbindingen daarvan naar steden in Europa.

Tevens geeft de EC prioriteit aan de financiering van implementatie van het Europese treinbeveiligingssyteem (ERTMS/ ETCS) en aan projecten op het gebied van Air Traffic Management (ATM), River Information Services (RIS) en Intelligent Transport Systems (ITS) (wegvervoer). In november 2007 heeft de EC aan het project Vaarwegverbetering Maasroute € 81,78 miljoen toegekend. Ook heeft Nederland daarna subsidies gekregen voor diverse ERTMS-projecten, het verhogen van de spanning van een resterend onderdeel van de Betuweroute en voor EASY WAY (ITS Weg).

De Europese Commissie heeft eind 2008 aangekondigd met een economisch herstelplan te komen. Dit plan is bedoeld als stimulans voor projecten die zorgen voor betere verbindingen over weg, water, spoor en door de lucht in Europa. Met het herstelplan wil de Europese Commissie investeringen in de infrastructuur versnellen en hiermee een impuls geven aan de economie. In totaal heeft de Europese Commissie hiervoor € 500 miljoen beschikbaar gesteld. In het kader van het economisch herstelplan ontvangt Nederland voor de realisatie van de A2 Passage Maastricht een bijdrage van € 15 miljoen. De A2 Passage Maastricht is onderdeel van het TEN-T. Tevens is een bedrag van € 7,9 miljoen toegekend aan de aanleg van een goederenemplacement in het Amsterdamse havengebied, dat wordt verbonden met het gewone spoor buiten de haven.

Meer informatie

5.2.3 Bijdragen van derden

De grootste bijdragen van derden betreffen de bijdragen van decentrale overheden aan ruimtelijke projecten. In hoofdstuk 4 is bij de relevante projecten aangegeven wat de bijdrage van decentrale overheden (en/of bedrijven) is of wordt.

5.2.4 Maatregelen met budgettaire effecten

De overheid kan maatregelen nemen waarbij (extra) middelen worden gegenereerd, die eventueel voor uitgaven in het ruimtelijk fysieke domein kunnen worden ingezet. Deze maatregelen zijn veelal bedoeld om de financiering van infrastructuurprojecten sluitend te krijgen. In de Nota Mobiliteit zijn verschillende maatregelen met budgettaire effecten opgenomen; deze zijn noodzakelijk om deze nota financieel gedekt te krijgen.

Een eerste maatregel is Anders Betalen voor Mobiliteit. Centraal staat: betalen voor het gebruik en niet het bezit, het verbeteren van de betrouwbaarheid van de weg, het verbeteren van de leefbaarheid, het beperken van de reistijd en daarmee het versterken van de economie. Het kabinet treft alle voorbereidingen om de invoering van een kilometerprijs gedifferentieerd naar tijd, plaats en milieukenmerken mogelijk te maken. In deze kabinetsperiode worden een aantal onomkeerbare stappen gezet op het gebied van een – binnen het eindbeeld passende – kilometerbeprijzing, zoals de afronding van het wetsvoorstel kilometerprijs. Het verwachte effect is dat invoering van prijsbeleid invloed heeft op de vraag naar automobiliteit.

Een andere maatregel is tolheffing op wegenprojecten. Met de invoering van tol wordt beoogd aanvullende inkomsten te genereren om noodzakelijke uitbreidingen van wegen of kunstwerken (tunnels en bruggen) te bekostigen. Tolheffing biedt ook de mogelijkheid inkomsten te genereren waarmee projecten eerder kunnen worden gerealiseerd (versnellingsprijs). Voor het mogelijk maken van tolheffing op bestaande wegen en de versnellingsprijs, is aanpassing van de Wet Bereikbaarheid en Mobiliteit noodzakelijk. De wet ligt ter bespreking voor in de Tweede Kamer.

Een laatste maatregel is het doelmatiger (en mogelijk meer innovatief) aanbesteden en toepassen van publiek private samenwerking (PPS). Met deze maatregelen wordt bovenal beoogd efficiencywinst te behalen door het gebruik van bepaalde contractvormen (zoals Design, Build, Finance and Maintain (DBFM)). Het kabinet streeft ernaar actiever gebruik te maken van PPS bij de realisatie van infrastructuur. Ook op andere terreinen waar private financiering voordelen heeft voor de prijs, kwaliteit of benodigde tijd zal het kabinet actief zoeken naar de mogelijkheden om

PPS in te zetten en deze waar dat zinvol is te benutten. Indien van toepassing, is bij de projecten in hoofdstuk 4 informatie over de betrokkenheid van de markt opgenomen. Ten tweede wordt ernaar gestreefd extra middelen te genereren en/of een hogere kwaliteit van een project te realiseren door gebiedsontwikkeling en de opbrengsten daarvan voor de financiering van nieuwe projecten te gebruiken. De nadruk ligt de komende jaren met name op het creëren van een andere manier van samenwerken tussen markt en overheid. Risicoverdeling neemt hierbij een belangrijke plaats in.

Containers in de haven
MIRT Projectenboek 2010

Hoofdmenu

Servicemenu