1. Home
  2.   MIRT 2010
  3.   Beleidsterreinen in het MIRT
  4.   Mobiliteit
  5. 2.3 Mobiliteit

2.3 Mobiliteit

Nota Mobiliteit

De Nota Mobiliteit is het nationale verkeeren vervoerplan met doelen en kaders voor het verkeer- en vervoerbeleid. De nota bevat maatregelen op het gebied van mobiliteit die bevorderlijk zijn voor een sterke economie, een veilige samenleving, een goed leefmilieu en een aantrekkelijk Nederland. Doordat de files in ons land harder groeien en het gebruik van het openbaar vervoer ook harder groeit dan in die nota voorzien, zijn extra maatregelen de korte termijn nodig. Deze zijn in tien concepten in de Mobiliteitsaanpak uitgewerkt. op

Hieronder wordt eerst de Mobiliteitsaanpak besproken, gevolgd door een bespreking van de Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse (NMCA). Daarna komen de verschillende domeinen aan de orde, te weten: wegen, spoor, regionale bereikbaarheid en vaarwegen.

Kaart 2.2 Overzicht projecten Spoedaanpak Wegen

Kaart 2.2 Overzicht projecten Spoedaanpak Wegen

Meer informatie

2.3.1 Mobiliteitsaanpak

Met de Mobiliteitsaanpak zetten de minister en staatssecretaris van VenW in op een samenhangend en robuust mobiliteitssysteem van hoge kwaliteit en met voldoende Kaart 2.2 Overzicht projecten Spoedaanpak Wegen keuzemogelijkheden. Dit betekent een systeem met sterke modaliteiten die stuk voor stuk genoeg capaciteit hebben, zodat ze blijven functioneren bij incidenten en onderhoudswerkzaamheden, en met sterke verbindingen tussen die modaliteiten, zodat reizigers probleemloos kunnen overstappen en de overslag van goederen wordt vergemakkelijkt. Het gaat erom reizigers en vervoerders meer mogelijkheden te geven om voor optimale (combinaties van) vervoerswijzen te kiezen. Hiervoor is samenhang tussen ruimte en mobiliteit bij de gebiedsontwikkeling onmisbaar. Invoering van Anders Betalen voor Mobiliteit maakt bovendien de werkelijke kosten van een reis transparanter, waardoor een rationelere keuze mogelijk wordt. Robuustheid is van belang om ook bij incidenten een basiskwaliteit en alternatieven aan te kunnen bieden.

In de Mobiliteitsaanpak is een Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse (NMCA) aangekondigd die samen met de decentrale overheden wordt uitgevoerd. Het plan van aanpak voor de NMCA zal na de zomer van 2009 aan de Tweede Kamer worden verzonden. De bedoeling is dat de resultaten van deze NMCA medio 2010 beschikbaar zijn.

Het gezamenlijk uitvoeren van de NMCA met de decentrale overheden is een betekenisvolle stap. Er wordt een gedeelde analyse gemaakt naar de staat van de netwerken (weg, openbaar vervoer en binnenvaart). Dit verschaft een goed inzicht op basis waarvan in de huidige en toekomstige regeerperiode weloverwogen investeringsbeslissingen kunnen worden genomen.

2.3.2 Wegen

Voor wegen zet de minister van VenW met de Mobiliteitsaanpak in op een samenhangend en robuust wegensysteem, bestaande uit het hoofdwegennet, onderliggende (provinciale) wegen en de (belangrijkste) stedelijke wegen. Robuustheid garandeert voldoende capaciteit voor de verwerking van structurele drukte en houdt daarnaast in dat er bij onderhoudswerkzaamheden, incidenten en calamiteiten voldoende alternatieve routes beschikbaar zijn. 

Het huidige beleid is erop gericht om het rijkswegennet in samenhang met het regionaal wegennet te optimaliseren (gebiedsgericht verkeersmanagement). De introductie van navigatiesystemen in voertuigen en de aankondiging om dynamische routeadviezen te gaan verstrekken op basis van actuele verkeersgegevens bieden nieuwe kansen. De ontwikkeling van coöperatieve systemen krijgt steeds meer vorm en zal in het komende decennium zijn intrede doen in Nederland. Dit brengt kansen met zich mee voor alle partijen. 

Voor het wegenprogramma is verder van belang dat per 1 januari 2009 de Wet versnelling besluitvorming wegprojecten in werking is getreden. Deze legt een juridische basis voor het snel aanpakken van 30 knelpunten in het wegennet (zie tekstbox 3 en kaart 2.2). Reeds in deze eerste periode zijn er onder deze nieuwe wetgeving vier tracébesluiten genomen, waaronder de A4 Burgerveen-Leiden. Tevens is dit jaar de wetgevingsnota voor de structurele herziening van de Tracéwet naar de Tweede Kamer gestuurd. Hierin worden de overige elementen van het advies van de Commissie Versnelling Besluitvorming Infrastructuur opgenomen.

Anders Betalen voor Mobiliteit

Een van de belangrijkste ambities van dit kabinet is de introductie van Anders Betalen voor Mobiliteit in de vorm van een landelijke kilometerprijs gedifferentieerd naar tijd, plaats en milieukenmerken. In november 2007 is hierover een kabinetsbesluit genomen. Binnen de door het Coalitieakkoord gestelde randvoorwaarden wordt gestart met de introductie van de kilometerbeprijzing voor vrachtverkeer. Daarna volgt gefaseerd invoering van dit systeem voor personenvervoer.

De bestaande autobelastingen – het eurovignet, de aanschafbelasting (BPM) en de motorrijtuigenbelasting (MRB) – worden omgezet in een kilometerprijs. Om schokeffecten te voorkomen wordt de BPM gefaseerd omgezet. Door te betalen per gereden kilometer worden de lasten eerlijker verdeeld over de weggebruikers. Mensen betalen immers voor het gebruik van de auto en niet voor het bezit ervan. Voor weggebruikers die relatief weinig, schoon en zuinig autorijden zullen de lasten dalen. Gedurende het proces richting volledige afbouw van de bestaande autobelastingen en de daaraan gekoppelde ingroei van het wagenpark in het systeem van de kilometerbeprijzing zal regelmatig de vinger aan de pols worden gehouden om te bezien of er geen onvoorziene effecten optreden die een volledige afbouw van de BPM in de weg staan. Invoering van een kilometerprijs geschiedt onder het gelijktijdig naar rato afschaffen van de BPM en MRB, waarbij het wegverkeer in totaliteit per autokilometer niet zwaarder zal worden belast dan nu het geval is. De opbrengsten van het in te voeren beprijzingssysteem komen uitsluitend ten goede aan het infrastructuurfonds zonder dat dit gepaard gaat met een meer dan evenredige daling van de voeding uit de algemene middelen van dit fonds.

Actieprogramma Wegen

Het Actieprogramma Wegen maakt deel uit van het Beleidskader Benutten en is erop gericht om het rijkswegennet in samenhang met het regionaal wegennet te optimaliseren. De eerste tranche van het Actieprogramma is gericht op de verbetering van de aansluitingen tussen het hoofdwegennet en regionale wegen, en verbetering van de aansluitingen tussen openbaar vervoer en weg. De nadruk van de maatregelen ligt op de bestrijding van de Filetop 50. Het Beleidskader Benutten beoogt ook kennisontwikkeling te stimuleren, bijvoorbeeld ten aanzien van dynamische snelheden en geavanceerde navigatiesystemen. De inspanningen op dit gebied liggen op schema.

Weginfrastructuur voor het goederenvervoer

Het goederenvervoer over de weg stelt specifieke eisen aan de kwaliteit en beschikbaarheid van weginfrastructuur. Daartoe worden de volgende activiteiten ondernomen: 

  • Uitvoeren van vrachtspecifieke actielijnen zoals bijvoorbeeld verlenging in-/uitvoegstroken en wegvakken op specifieke locaties met veel vrachtverkeer.
  • Voortzetten van de regiefunctie op het gebied van stedelijke distributie. In het najaar van 2009 stelt de ‘Ambassadeur stedelijke distributie’ een voortgangsrapportage op, die naar de Tweede Kamer wordt gezonden. 
  • Realiseren van kleinschalige infrastructurele voorzieningen voor het wegvervoer, zoals voorzieningen voor veiligheid op verzorgingsplaatsen langs het hoofdwegennet en uitwerking van de visie op verzorgingsplaatsen. Dit moet gereed zijn in 2010.       

2.3.3 Luchtkwaliteit en geluid

Luchtkwaliteit

De Nederlandse overheid heeft drie redenen om te werken aan een betere luchtkwaliteit. Allereerst is een goede luchtkwaliteit van groot belang voor de gezondheid van mensen. Ten tweede kunnen op dit moment ruimtelijke projecten, die leiden tot een (verdere) overschrijding van de normen niet doorgaan. Ten derde kan Nederland in gebreke worden gesteld vanwege het overschrijden van de Europese normen.

De afgelopen decennia is de luchtkwaliteit in Nederland sterk verbeterd. Desondanks voldoet Nederland op dit moment niet overal aan de EU-normen. Het probleem van luchtkwaliteit wordt zowel nationaal als internationaal aangepakt. Een belangrijke ontwikkeling voor 2009 en de daarop volgende jaren is de uitvoering van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is de uitwerking door het rijk, de provincies en de gemeenten van zowel de nieuwe Nederlandse wetgeving als de nieuwe Europese richtlijn. Het NSL brengt maatregelen voor luchtkwaliteit en ruimtelijke projecten samen. Concrete, kosteneffectieve maatregelen moeten er voor zorgen dat de luchtkwaliteit in Nederland verder verbetert, zodat Nederland, mits het voldoet aan de voorwaarden die de Europese Commissie heeft gesteld aan de in 2009 verkregen derogatie, tijdig aan de EUnormen voor luchtkwaliteit voldoet. Het gaat hierbij zowel om generieke als om locatiespecifieke maatregelen. Voor de aanpak van luchtkwaliteit heeft het rijk in totaal € 1,6 miljard beschikbaar gesteld. De internationale inzet van Nederland blijft gericht op verdere aanscherping van het Europees en internationaal bronbeleid, aangezien dit het beste uitzicht biedt op een structurele oplossing van de luchtkwaliteitproblematiek.

Geluid

Naast de uitvoering van de Wet Geluidhinder bij aanleg, reconstructie en sanering, zet het rijk in de periode 2011-2020 in op de aanpak van knelpunten boven de 65 dB (Lden) bij rijkswegen en 70 dB (Lden) bij spoorwegen. Deze extra saneringsoperatie wordt de komende periode voorbereid en geïntegreerd met de bestaande saneringsopgave van VROM. In totaal is hiervoor een bedrag van € 941 miljoen beschikbaar (waarvan € 191 miljoen vanuit de bestaande saneringsopgave van VROM wordt ingebracht). Vooruitlopend hierop worden in de periode tot 2011 woningen langs een aantal weg- en spoorweglocaties gesaneerd door middel van innovatieve maatregelen die zijn voortgekomen uit het Innovatieprogramma Geluid (IPG). Het grootschalig toepassen van stille banden en de introductie van stille wegdekken hebben prioriteit. Het rijk zet zich in internationaal verband in voor het verder aanscherpen van verschillende geluid(emissie)eisen voor banden en voertuigen.

Verder wordt gewerkt aan de grootschalige ombouw van lawaaiig goederen- en reizigersmaterieel op het spoor. Om deze ombouw te stimuleren is in 2008 een geluidgedifferentieerde prestatieregeling ingevoerd. Naar verwachting zal eind 2009 een wetsvoorstel voor de derde fase van de modernisering van de Wet geluidhinder bij de Tweede Kamer worden ingediend. Het wetsvoorstel introduceert een systeem van geluidproductieplafonds op referentiepunten langs rijkswegen en hoofdspoorwegen. Deze geluidproductieplafonds moeten continu door de infrabeheerder worden nageleefd en indien nodig moeten daarvoor geluidreducerende maatregelen worden getroffen. Daar staat tegenover dat de beheerders zonder ingrijpende procedures te hoeven doorlopen, eenvoudige wijzigingen aan de infrastructuur kunnen doorvoeren, zolang de plafonds niet worden overschreden. Tot slot zet het rijk zich internationaal in voor het verder aanscherpen van verschillende geluid(emissie)eisen voor banden en voertuigen.

2.3.4 Spoor

Het jaar 2008 was wederom een goed jaar voor het spoorvervoer in Nederland. Het reizigersvervoer bij de NS groeide in 2008 met 4,1% en ProRail leverde met 99,62% een beschikbaarheid boven het niveau van 2007 (99,40%). Het goederenvervoer per spoor is in 2008 gestegen naar ruim 45 miljoen ton.

Actieplan Groei op het spoor

De uitvoering van de acties van het actieplan Groei op het spoor ligt op schema. Het actieplan bestaat uit een vijftal onderdelen: vooren natransport, informatievoorziening, kaartjes en kennismaking, treinaanbod en spreiding van mobiliteit. Van het totale budget van € 206 miljoen is op dit moment meer dan de helft vastgelegd.

De genomen maatregelen om de trein aantrekkelijker te maken voor meer mensen, worden goed ontvangen, zowel bij de reiziger als bij de regio’s. Het ingezette beleid en het uitvoeren van de maatregelen uit het actieplan Groei op het spoor zullen in 2010 worden voortgezet. De vinger wordt aan de pols gehouden en indien nodig kan met de midterm review eind 2009 worden bezien of het noodzakelijk en verstandig is de maatregelen aan te passen. De uitkomsten van de midterm review zullen worden opgenomen in de vierde voortgangsrapportage van de spoorambities begin 2010.

Programma Hoogfrequent Spoorvervoer

Met de begroting 2009 is de financiering van de spoorambities van € 4,5 miljard geregeld. Met behulp van dit investeringspakket, onder de noemer Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS), werkt het kabinet samen met de partijen in de spoorsector aan de volgende speerpunten: 

  1. Hoogfrequent spoorvervoer op de drukste trajecten in de Randstad. Het betreft zes intercity’s per uur op de drukste trajecten in de brede Randstad en maatwerk voor Sprinters, alsmede het verwerken van het groeiende goederenvervoer. 
  2. Samenhangende regionale OV-systemen, waarvan het spoorvervoer, met name de Sprinters, de ruggengraat vormt, met goede aansluitingen op het overig OV en de andere modaliteiten. 
  3. Kwalitatief goede reistijden naar de landsdelen, tevens in te vullen via maatregelen uit het pakket reistijdverbeteringen. 
  4. Toekomstvaste routestrategie voor het spoorgoederenvervoer, die aansluit bij de behoeften van het groeiende goederenvervoer en personenvervoer en die ruimte schept op het bestaande net voor meer personenvervoer.       

De middelen voor PHS zijn inclusief middelen voor de spoorse maatregelen voor Noord Nederland (€ 163 miljoen uit motie Koopmans, TK 27658, nr. 41) en een aanvullende bijdrage (€ 63 miljoen) voor de spoortunnel Delft.

Vóór de zomer 2010 wil de minister van VenW besluiten welke maatregelen waar nodig zijn (vergelijkbaar met het kabinetsbesluit van maart 2008 ten aanzien van OV Schiphol- Amsterdam - Almere - Lelystad). De investeringen voor 2020 rusten het spoornet ook toe voor verdere groei van het treinvervoer van personen en goederen na 2020, zoals voorzien in de Mobiliteitsaanpak.

Spoorse doorsnijdingen

Op veel plekken in Nederland doorsnijdt het spoor stedelijk gebied. Dat is vaak geen probleem, maar soms houdt zo’n spoorse doorsnijding ruimtelijke ontwikkelingen in de steden tegen, of geeft de doorsnijding knelpunten op het gebied van geluid en veiligheid. Hierom heeft het kabinet in 2006 voor een eerste tranche middelen gereserveerd om knelpunten als gevolg van spoorse doorsnijdingen in gemeenten op de lossen. Mede naar aanleiding van het succes van deze eerste tranche heeft het kabinet € 142 miljoen ter beschikking gesteld voor een tweede tranche spoorse doorsnijdingen. De uitvoering hiervan is vastgelegd in de ‘Circulaire Spoorse doorsnijdingen tweede tranche’. Deze is op 17 november 2008 vastgesteld. Het doel van de circulaire blijft het toekennen van een uitkering voor de uitvoering van projecten die moeten leiden tot het opheffen of verminderen van knelpunten rondom het spoor. Aanvragen voor de tweede tranche moesten uiterlijk 1 juli 2009 zijn ingediend. Inmiddels is bekend gemaakt dat 37 projecten een decentralisatie-uitkering tegemoet kunnen zien. Daarmee is de circulaire uitgevoerd.

Toegankelijkheid Spoor

NS en ProRail werken samen aan het toegankelijk maken van treinen en stations voor mensen met een functiebeperking. De doelstellingen uit het implementatieplan Toegankelijkheid Spoor worden zo veel als mogelijk voor 2020 gerealiseerd. Oorspronkelijk was 2030 de einddatum. Op 220 stations wordt de perronhoogte aangepast zodat mensen met een motorische beperking gemakkelijker kunnen instappen. Daarnaast worden op circa 75 stations versneld liften ingebouwd.

Versnelling spooronderhoud

In reactie op de motie Cramer heeft ProRail in overleg met VenW een versnellingspakket ontwikkeld ter verbetering van de vitaliteit van de sector. De versnelling betreft regulier onderhoud, de programma’s toegankelijkheid, fietsenstallingen en geluid en het project Amsterdam CS Cuyperhal. De monumentale stationshal wordt in oude luister hersteld en de centrale perrontunnel wordt aangepakt. Hiervoor is € 36 miljoen beschikbaar.

Grensoverschrijdend personenvervoer over het spoor

In de beleidsbrief van 26 november 2008 is naar aanleiding van initiatiefnota ’Grenzeloos Genoegen’ geconstateerd dat meer aandacht nodig is voor grensoverschrijdend treinverkeer. In dat kader is tijdens de begrotingsbehandeling het amendement Cramer/Koopmans aangenomen, waarbij een bedrag van € 20 miljoen is vrijgemaakt voor investeringen en maatregelen ter stimulering van internationale/ regionale spoorweginfrastructuur, met name Heerlen-Aachen, Groningen-Leer, Almelo-Münster en de lightrailverbinding Maastricht-Lanaken.

2.3.5 Regionale bereikbaarheid

Het rijk wil samen met decentrale overheden concrete maatregelen nemen om de regionale bereikbaarheid te verbeteren. De staatssecretaris van VenW heeft hiervoor, samen met de decentrale overheden, onder andere maatregelen ontwikkeld voor het regionaal Openbaar Vervoer, de gedecentraliseerde spoorlijnen, de fiets en mobiliteitsmanagement.

Regionaal Openbaar Vervoer

Voor het regionaal Openbaar Vervoer is in het kader van de Mobiliteitsaanpak in oktober 2008 het Actieprogramma Regionaal OV aan de Tweede Kamer aangeboden. Met het actieprogramma investeert de staatssecretaris van VenW samen met decentrale overheden in de versnelde uitvoering van projecten. In totaal wordt ruim € 1 miljard verdeeld over zo’n vijftig projecten. Circa de helft van het bedrag komt voor rekening van de decentrale overheden. Met deze investering worden de reissnelheid verhoogd, ontbrekende verbindingen aangelegd en capaciteitsproblemen opgelost. Zo kan sneller, vaker en zonder omweg worden gereisd.

Gedecentraliseerde spoorlijnen

Twintig spoorlijnen voor personenvervoer vallen inmiddels onder verantwoordelijkheid van decentrale overheden (provincie en stadsregio). Tussen 2002 en 2006 groeide dit vervoer harder dan het vervoer op het landelijke net. De quick scan Decentraal Spoor constateert dat op een aantal lijnen knelpunten zijn. Om de meest urgente knelpunten samen met de decentrale overheden op korte termijn aan te pakken, heeft het kabinet in de Mobiliteitsaanpak middelen gereserveerd. De maatregelen zijn gericht op verbetering van de capaciteit en de punctualiteit op deze lijnen, zodat ze hetzelfde niveau hebben als het hoofdrailnet. De kosten van het totale pakket aan maatregelen zijn geraamd op € 108 miljoen. Er vindt nog overleg plaats over mogelijk aanvullende maatregelen op de lijn Arnhem – Doetinchem omdat de capaciteit op deze lijn met de afgesproken maatregelen nog niet op orde is.

Fiets

De fiets is van grote waarde voor de regionale bereikbaarheid. De fiets is onder meer van belang voor de korte, verbindende stukjes van en naar het bus- of treinstation. Met het programma Ruimte voor de Fiets werkt het rijk aan de verbetering en uitbreiding van de stationsstallingen. Inschatting is dat er in 2010 circa 20.000 nieuwe stallingsplaatsen worden gerealiseerd en 10.000 plaatsen worden vervangen.

Taskforce Mobiliteitsmanagement

De Taskforce Mobiliteitsmanagement stimuleert decentrale overheden, werkgevers en werknemers om met elkaar afspraken te maken over mobiliteitsmanagement. Instrumenten daarbij zijn het opzetten van communicatie en een kennisloket, innovatieprojecten en de regionale convenanten. Inmiddels zijn in elf regio’s regionale convenanten afgesloten tussen decentrale overheden en werkgevers. De Taskforce zet zich ervoor in om dit aantal in 2010 met tenminste twee andere regio’s uit te breiden.

2.3.6 Vaarwegen

Nederland beschikt over een uitgebreid hoofdvaarwegennet dat de belangrijkste economische kerngebieden (waaronder de zeehavens), het onderliggend vaarwegennet en het trans- Europese vaarwegennet met elkaar verbindt. De staatssecretaris van VenW streeft naar het versterken van de maatschappelijke meerwaarde van de zeehavens voor de Nederlandse economie en naar betrouwbare reistijden voor het vervoer van goederen over water. Het rijk neemt maatregelen om de onderhoudsachterstanden op de vaarwegen weg te werken en specifieke bereikbaarheidsknelpunten op te lossen. De afgelopen jaren is een belangrijke slag gemaakt bij het inhalen van achterstanden in het onderhoud van vaarwegen en kunstwerken.

Om een spoedig economisch herstel op duurzame grondslag te bevorderen, haalt VenW renovatiewerkzaamheden aan bruggen, wegen, vaarwegen, sluizen en binnenhavens naar voren. Het achterstallig onderhoud aan de hoofdvaarwegen wordt, zoals eerder afgesproken, voor eind 2016 versneld weggewerkt. Met het Aanvullend Beleidsakkoord zijn daarvoor extra middelen beschikbaar gekomen. Daarnaast wordt de versterking of vervanging van grote natte kunstwerken ter hand genomen.

De Nederlandse vaarwegen krijgen verder een impuls door de oplevering in 2010 van de zeeverkeerscentrale Waddenzee en de start van de uitvoering van de ombouw van de keersluis Zwartsluis (vaarweg Meppel-Ramspol) en de nieuwbouw van de keersluis Heumen.

De quick win-regeling binnenhavens (waarvan de tweede tranche in uitvoering is) maakt de verbetering van tal van binnenhavens mogelijk. Ook de Nederlandse havens krijgen een impuls. De Eemshaven ontwikkelt zich tot toonaangevende energiehaven. Naar verwachting start eind 2010 het baggerwerk om de vaargeul te verruimen.

Grasveld met schapen

Tekstbox 3

Spoedaanpak

In het najaar van 2008 is de minister van VenW gestart met de Spoedaanpak wegen. Dertig hardnekkige knelpunten op de weg worden versneld aangepakt om de doorstroming te verbeteren en de reistijd betrouwbaarder te maken. Deze ambitie kan worden behaald door gebruik te maken van de Wet versnelling besluitvorming wegprojecten. Ook wordt gewerkt met een innovatieve marktbenadering waarbij parallel aan het doorlopen van de wettelijke procedure de markt wordt benaderd. In deze kabinetsperiode gaat bij onderstaande 30 projecten de schop in de grond en worden 10 projecten opengesteld.

Projecten onder de Spoedwet

  1. A9 Aansluiting Velsen – Raasdorp 
  2. A9 Raasdorp – Badhoevedorp 
  3. A12 Woerden – Gouda 
  4. A12 Utrecht – Bunnik 
  5. A12 Bunnik – Driebergen 
  6. A12 Driebergen – Maarsbergen 
  7. A9 Holendrecht – Diemen 
  8. A1 ’t Gooi 
  9. A1/A6 Diemen – Muiderberg – Almere Stad West 
  10. A4 Badhoevedorp – Nieuwe Meer 
  11. A10 Zuid Nieuwe Meer – Amstel 
  12. A2/A27 Everdingen – Lunetten 
  13. A1 Hoevelaken – Barneveld 
  14. A1 Watergraafsmeer – Diemen 
  15. A9 Alkmaar – Uitgeest 
  16. A2 Holendrecht – Maarssen 
  17. A2 Maasbracht – Geleen 
  18. A28 Utrecht – Amersfoort  

Projecten onder de Tracéwet

  1. A2 Den Bosch – Eindhoven
  2. A2 Leenderheide – Valkenswaard
  3. A12 Gouda – Woerden
  4. A12 Woerden – Oudenrijn
  5. A12 Maarsbergen – Veenendaal
  6. A12 Waterberg – Velperbroek
  7. A27 Lunetten – Rijnsweerd
  8. A28 Hattemerbroek – Lankhorst
  9. A58 Eindhoven – Oirschot
  10. A4 Burgerveen – Leiden
  11. A2 Oudenrijn – Everdingen
  12. N50 Ramspol – Ens  

Nadere informatie over de projecten is te vinden in hoofdstuk 4:

Projecten 1 – 14: ZSM 1 (Nationaal)
Projecten 15 – 18: nieuw in de Spoedwet Wegverbreding (Randstad en Zuid) 
Projecten 19 – 27: ZSM 2 (Nationaal)
Projecten 28 – 30: bestaande MIRT projecten (Randstad en West overig)

MIRT Projectenboek 2010

Hoofdmenu

Servicemenu