1. Home
  2.   MIRT 2010
  3.   Beleidsterreinen in het MIRT
  4.   Bedrijvigheid
  5. 2.5 Bedrijvigheid

2.5 Bedrijvigheid

Pieken in de Delta

Pieken in de Delta is de gebiedsgerichte economische agenda van Nederland. Deze agenda draagt bij aan de ambitie om van Nederland een concurrerende en dynamische economie te maken in een sterk en innovatief Europa. Pieken in de Delta is uitgewerkt in programma’s voor zes gebieden voor de periode 2006 - 2010. Deze programma’s zijn opgesteld door het ministerie van EZ in samenwerking met onder meer het bedrijfsleven, kennisinstellingen en regionale overheden. Pieken in de Delta is gericht op onder meer het benutten van aanwezige kennis bij kennisinstellingen, versterken van samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen en bedrijven onderling, investeren in (onderzoeks)faciliteiten en menselijk kapitaal en het versterken van het regionale vestigingsklimaat. In het bijzonder gaat het om projecten in de (kennis) infrastructuur rondom logistieke knooppunten (zee- en luchthavens) en kennisintensieve bedrijventerreinen (campussen).

2.5.1 Sterke Regio’s

De (inter)nationale concurrentiekracht van Nederland is groot maar dient voortdurend bewaakt en gestimuleerd te worden. Samen met bedrijven en regionale partners richt het ministerie van EZ zich op kansrijke clusters van bedrijven en instellingen in top- en grensregio’s. Om deze clusters te stimuleren en een goed vestigingsklimaat te realiseren, worden naast Pieken in de Delta verschillende instrumenten ingezet: investeringen via Sterke Regio´s en de Europese structuurfondsen (EFRO).

Het kabinet heeft in het Coalitieakkoord geld vrijgemaakt om vier toonaangevende clusters van bedrijven en kennisinstellingen te laten excelleren. Het gaat om de Randstad, het Energieknooppunt Groningen, de Brainport Eindhoven en de regio Twente-Wageningen- Nijmegen (voedseltechnologie en gezondheid). Via de enveloppe Sterke Regio’s uit het Coalitieakkoord (waaronder bereikbaarheid) investeert het kabinet € 125 miljoen in het internationale vestigingsklimaat van deze regio’s.

De middelen worden besteed binnen het programma Pieken in de Delta. Het gaat om projecten van nationaal belang, wat een rol van de nationale overheid legitimeert. Zonder een financiële impuls komen deze projecten niet, beperkter of trager tot stand. Projecten dienen gericht te zijn op investeringen in fysieke infrastructuur of in kennisinfrastructuur. In het bijzonder gaat het om projecten in de (kennis) infrastructuur rondom logistieke knooppunten (zee- en luchthavens) en kennisintensieve bedrijventerreinen (campussen).

2.5.2 Bedrijventerreinen

De aanwezigheid van voldoende bedrijventerreinen van hoge kwaliteit is een belangrijke voorwaarde voor een duurzame economische ontwikkeling. Het kabinet wil voldoende ruimte bieden voor bedrijvigheid, maar wel op een zo efficiënt mogelijke manier. Daarbij moet het rekening houden met zowel economische als ruimtelijke belangen. Die staan soms op gespannen voet met elkaar, want enerzijds hebben we ruimte voor bedrijven nodig, maar anderzijds willen we het landschap beschermen. Daarom wordt in het kader van het programma Mooi Nederland (§2.2.2) door de ministers van EZ en VROM gezamenlijk gewerkt aan beleid voor bedrijventerreinen. Om te komen tot een gezond evenwicht tussen vraag naar en aanbod van terreinen en betere benutting van het bestaand bebouwd gebied wil het kabinet een groter aantal hectares bestaand bedrijventerrein sneller herstructureren en zo voorkómen dat economisch waardevolle bestaande terreinen verloren gaan.

De afgelopen vijf jaar heeft het rijk inspanningen verricht ten behoeve van Topprojecten (bedrijventerreinen van nationaal belang). Die inspanningen betroffen zowel herstructurering als aanleg van nieuwe topprojecten. In 2008 is de Topper-regeling beëindigd. De uitvoering van Topprojecten zal echter nog enige jaren duren. Het kabinet kondigde in de agenda 2008-2009 ‘herijking aanpak bedrijventerreinen’ de instelling van een Taskforce (Her)ontwikkeling Bedrijventerreinen (THB) aan. De THB heeft een aanpak uitgewerkt voor een versnelde uitvoering van de herstructureringsopgave en de financiering daarvan. Het kabinet implementeert de aanbevelingen van de Taskforce voortvarend. Concreet wordt gewerkt aan de volgende doelstellingen:

  • Het herstructureren van 1.000 tot 1.500 hectare bedrijventerrein per jaar vanaf 2009. Hiervan wordt 40% gerealiseerd in stedelijk gebied. In de periode tot en met 2013 wordt 6500 hectare bedrijventerrein geherstructureerd. 
  • Zorgvuldige planning van nieuwe bedrijventerreinen door afspraken met provincies over de toepassing van het behoedzame Transatlantic Market-scenario (TM-scenario) als basis voor behoefteramingen. Het TM-scenario wordt niet overschreden. 
  • Bevorderen van duurzaam ruimtegebruik op bedrijventerreinen op het gebied van energie (onder andere gebruik van restwarmte, warmte-koude-opslag), hergebruik van materialen, schone en zuinige mobiliteit en goede inpassing in de omgeving.  

Met provincies en gemeenten is in beginsel overeenstemming bereikt over de nieuwe aanpak van het bedrijventerreinenbeleid. De afspraken worden vastgelegd in het Convenant Bedrijventerreinen 2010-2020 en hebben betrekking op de behoefteraming en -planning van bedrijventerreinen, de herstructurering van bestaande bedrijventerreinen en de financiering van de herstructureringsopgave, de regionale samenwerking tussen gemeenten op het gebied van bedrijventerreinenbeleid en verbeteringen in de kwaliteit van en op bedrijventerreinen. Daarnaast wordt de zogenoemde SER-ladder voor bedrijventerreinen vastgelegd in de AMvB Ruimte.

De provincies stellen uiterlijk in april 2010 hun provinciale herstructureringsprogramma’s op. Als de programma’s zijn goedgekeurd, zal een belangrijk deel van de rijksmiddelen via een decentralisatie-uitkering aan de provincies worden overgedragen. Samen met IPO en VNG wordt in 2010 een kennisnetwerk bedrijventerreinen opgericht. Daarnaast blijven voor een beperkt aantal terreinen van nationaal belang binnen het FES middelen beschikbaar.

In 2010 worden vijf pilots van bedrijventerreinen, die in 2009 zijn gestart, verder afgerond en geëvalueerd. De VROM-Inspectie houdt toezicht op de handhaving van de behoefteramingen door provincies en gemeenten, zodat het TM-scenario niet wordt overschreden. Tenslotte worden bedrijventerreinen duurzamer en zakelijker beheerd, zodat ze minder snel verouderen.

Grasveld met schapen
MIRT Projectenboek 2010

Hoofdmenu

Servicemenu